Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

New Mexico . 1884 Onderworpen aan de goedkeuring derinwoNew York. . 1892 j ners. Beslissing bij den gemeenteraad, en verder bij elk staatslichaam dat voor zijn werkzaamheden een belasting heffen mag. Utah . . . 1896 Een belasting mag worden geheven in geval IOOO belastingbetalers een bibliotheek aanvragen, doch de eindbeslissing berust bij den gemeenteraad. (Zie Maryland).

409. Imperatieve wetgeving. De laatste trap, die staatswetgeving bereikte op het gebied van het bibliotheekwezen, is dat zij een regeling schept, waarbij elke gemeente gedwongen wordt te zorgen voor voldoende middelen om een openbare bibliotheek op te richten en. te onderhouden. Ronduit wordt hier de meening uitgesproken, dat school en bibliotheek, onderwijs en zelfontwikkeling op één lijn staan, takken zijn van één boom, recht hebben op gelijke bestaansvoorwaarden.

Ik geloof inderdaad, dat dit principe het eenig juiste, hoewel voor verwezenlijking en vooral voor wettelijke omlijning nog het minst vatbare is. Dat een bibliotheek de noodzakelijke aanvulling is van het onderwijs: wij zien dit onbewust toegestemd bij alle wetenschappelijke bibliotheken, en meer bewust ook bij de verplicht gestelde schoolbibliotheek (ten onzent Wet L.O. art. 47 1). Alleen voor die bibliotheken, welke ten dienste der geheele bevolking staan, die een aanvulling, een voortzetting zijn van de school, wordt dit nog niet toegestemd. Waar méér dan onverschilligheid, méér dan platonische belangstelling voor de instelling van de zijde van het openbaar gezag bestaat, verkeert^ men nog algemeen in het stadium van facultatieve wetgeving. En de proefnemingen van een tweetal Amerikaansche Staten op het gebied der imperatieve wetgeving noemen zelfs voorstanders nog voorbarig.

410. Wij zien in N e w-H a m p s h i r e in 1895 de wet aangenomen, waarvan de volledige tekst in Bijlage F is opgenomen.

In iedere stad zal jaarlijks door de stedelijke overheid een som voor het onderhoud van openbare bibliotheken worden vastgesteld, welke berekend wordt in dier voege, dat voor eiken dollar, dien de stad als bibliotheeksubsidie van den staat ontvangt '), door de stad 30 dollar zal worden bijgedragen uit een, over de inwoners

i) Zie § 394.

Sluiten