Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

culier en gemeentelijk initiatief; bezwaarlijk bij de tegenwoordige regeling der gemeentelijke belastingbevoegdheid, der financieele verhouding tot het Rijk, en der vergoeding in zake Lager Onderwijs, nog naast de uitgaven voor onderwijs, politie en armwezen, — om slechts de drie voornaamste rubrieken van uitgaven, ten behoeve van het Rijk ondernomen, te noemen — de zorg van het bibliotheekwezen verplichtend kan worden gesteld.

Begeerig mogen wij dan ook het oog slaan op buitenlandsche en vooral Angel-Saksische toestanden en wetgeving: deze voor Nederland aan te bevelen zou een onvruchtbaren, een onvoldragen raad zijn.

Wat wij in Nederland thans in de eerste plaats noodig hebben is een nauwkeurig overzicht van het bibliotheekwezen ten onzent: wetenschappelijke-, studie-, vakbibliotheken, de schoolbibliotheken en de bibliotheken van vereenigingen en corporaties inbegrepen. Een overzicht, dat binnen enkele jaren door het Bureau voor de Statistiek in het licht kan worden gegeven.

Wij mogen verder van staatswege een regeling verwachten van de opleiding van bibliothekarissen voor de rijksbibliotheken, en een uniforme salarisregeling.

Wenschelijk en bereikbaar is de instelling van een permanente Staats-commissie, belast met de beraming van middelen om een volledige bibliotheek-organisatie over het geheele land te ontwerpen, eventueel de subsidies voor kleinere bibliotheken en reizende bibliotheken te helpen verdeelen.

In dit ontwerp eener organisatie zal plaats moeten zijn voor een regeling der verplichte instandhouding van Openbare Leesmusea in grootere bevolkingscentra; daartoe zijn ten minste zulke te rekenen, die ook verplicht zijn tot het openstellen van een instelling van Hooger Onderwijs. Met dien verstande, dat, wanneer ter plaatse waarborgen zijn voor een goede instandhouding door particuliere vereenigingen, ontheffing van deze verplichting kan worden gegeven, of verzacht tot verplichte subsidies. Een aanwijzing, hoe dit geregeld zou kunnen worden is deze: dat. wanneer een, aan de bevolkingssterkte evenredige som, door particulieren of een vereeniging voor bibliotheekdoeleinden wordt aangeboden, door de gemeente een gelijke som voor de oprichting moet worden beschikbaar gesteld en een evenredig deel van het totaal jaarlijks voor het onderhoud van gemeentewege moet worden vastgesteld.

Zoolang echter tegemoetkoming noch inmenging van deze zijde

Sluiten