Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nimmer nog heb ik in die mate geaarzeld over een boek te schrijven als nü bij dit werk van mevrouw Van Gogh. Er bestaan redenen. Is het wel ooit goed uitgemaakt óf en tot hoever een schrijver het recht heeft over eigen arbeid te spreken, als hy in den arbeid van anderen veel van zichzelf terug vindt? Niet slechts in taal, maar ook in karakterteekening, dramatische menschgroepeering, in plastiek en levens-sentiment? De wereld is zoo boos, en in het literaire leven lijkt hakzetterij een even beminlijk genoegen als onder schooljongens. Ook het sluwtjes verdacht maken blijkt een bezigheid, die onder »artisten« even liefelijke nuanceeringen heeft als onder konkelende buurtjes. Daarom, men bedenkt zich wel tweemaal eer men er toe overgaat iets te doen wat op zelf-reclame kan lijken, en ook in die richting door onbenulligen listiglijk geëxploiteerd worden. Maar als men ten slotte telkens en telkens weer voelt, diep en zuiver, zonder eenige bijbedoeling, dat men van zichzelf in een bepaald verband niet zwijgen mag, dan spreekt men en kijkt niet om!

Sluiten