Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V Verplichtingen van den leermeester.

Bijzondere autoriteiten voor het toezicht op het leerlingwezen zijn er niet. Wat de Genosxenschaften te doen hebben, werd reeds hierboven vermeld. Verder behoort liet tot de taak van de inspecteurs van den arbeid (Gewerbe-Inspectoren), geregeld bij de wet van 17 Juni 1883, te waken voor de uitvoering der wettelijke voorschriften o.a. omtrent de vakopleiding der jonge arbeiders. Vinden zij misstanden, dan trachten zij in der minne verbetering te bewerken of zij doen opgaaf aan het administratief gezag, dat dan de overtreders vervolgt. Intusschen kunnen de inspecteurs aan dit onderdeel hunner veelomvattende taak lang niet zooveel tijd besteden, als voor een doeltreffend toezicht noodig ware. Eén bezoek is vaak niet voldoende om bestaande verkeerde toestanden te ontdekken. En toch eischt reeds één bezoek aan elk bedrijf een verbazenden arbeid van de inspecteurs, zooals te Weenen, waar het aantal kleine bedrijven op 30 a 40 duizend wordt geschat. Geen wonder, dat door sommigen wordt aangedrongen op een afzonderlijk orgaan ten behoeve van een onpartijdig, maar krachtig toezicht op het leerlingwezen.

Van huiselijke diensten of anderen arbeid buiten het bedrijf, door de leerlingen te verrichten, is in de groote nijverheid geen sprake. In de kleinere bedrijven pleegt speciaal de inwonende leerling tot dergelijk werk te worden gebezigd. Verscheidene van onze zegslieden vermelden klachten in dit opzicht, en ook in de verslagen der inspecteurs keeren deze telkens terug. De leerlingen moeten boodschappen doen (vooral de producten van het bedrijf rondbrengen of grondstoffen bezorgen aan thuiswerkende arbeiders), houthakken, mestrijden, water halen, woning en werkplaats schoonhouden, kachels stoken. kleederen reinigen, schoenen poetsen, op de kinderen passen, enz. De kleine haas, die niet in staat is een dienstbode te houden, komt er allicht toe, dergelijke verrichtingen aan een leerling op te dragen. Sommige patroons beschouwen dit zelfs als een natuurlijk uitvloeisel van de huiselijke verhouding, die tusschen den meester en den inwonenden leerling bestaat. Onder onze berichtgevers zijn er, die in dit opzicht wettelijke verbodsbepalingen noodzakelijk achten, terwijl van andere zijde wordt geconstateerd, dat de toestand allengs verbetert.

Een droevig curiosum is de vermelding, door één der inspecteurs, van een patroon, die zijn leerling herhaaldelijk opdroeg, op diefstal (van straatsteenen, van bouwmaterialen, van jonge vogels) uit te gaan.

De behandeling van den leerling hangt natuurlijk veel af van de geaardheid des meesters en, wat de materiëele omstandigheden aangaat (woning, voeding, enz.), ook van diens financiëele krachten.

Sluiten