Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van liet Gewerbegericht geheel en al op, daar ook volgens de nieuwe wet de Innungen voor geschillen tusschen hunne leden en leerlingen competent blijven (§ 81»/, N°. 4 n"w G. O.).

Bijzondere bedingen omtrent de rechtspraak komen in de leercontracten zelden voor.

Eene opdracht van eventueele geschillen aan scheidsmannen wordt bij uitzondering o.a. gevonden in het formulier van den ,.Allgemeinen Gewerbeverein" te München, waar wordt bepaald, dat partijen zich aan de uitspraak van het door de vereeniging ingestelde scheidsgerecht onvoorwaardelijk onderwerpen , en in zekeren zin ook in het formulier van het „Verband deutscher Gewerbevereine" (bijlage V), hetwelk in § 10 voorschrijft, dat eventueele geschillen, voor het geval dat geen Gewerbegericht of Innung bevoegd is, in het hoogste ressort zullen worden beslist door den burgemeester als scheidsrechter met uitsluiting van den gewonen rechter.

In de contract-formulieren der Innungen komt het een enkele maal voor, dat naar de bevoegdheid der Innungen tot het beslissen van eventueele geschillen uitdrukkelijk wordt verwezen.

IV. De contracteerende partijen.

a. De leermeester.

De G. O. verklaart in § 41, dat de bevoegdheid tot het zelfstandig uitoefenen van een bedrijf het recht medebrengt om in willekeurig aantal gezellen, arbeiders en, voorzooverre de voorschriften der wet zich daartegen niet verzetten, ook leerlingen aan te nemen. Wat deze laatsten betreft, bepaalt § 106 der G. O., dat ambachtslieden, die niet in het bezit zijn der „bürgerliche Ehrenrechte", zich, zoolang hun die rechten ontnomen blijven, niet met de opleiding van arbeiders beneden 18 jaar mogen bezighouden. Andere beperkingen dan deze komen — de bijzondere voorschriften voor Innungen buiten rekening gelaten — in de wet niet voor. Bepaalde vereischten vaü bekwaamheid (het z.g. „Befiihigunysnachireix''), lichamelijke of geestelijke geschiktheid worden den meester door geen enkele wetsbepaling gesteld; evenmin wordt voor het houden van leerlingen een bepaalde omvang van het bedrijf gevorderd.

In het algemeen bestaat dus op dit gebied de grootst mogelijke vrijheid en is een ieder, hoe weinig hij ook van het ambacht moge ver-

Sluiten