Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In Wurtemberg is een ieder na het verlaten der lagere school verplicht gedurende 2 jaar de allgemeine Forfbildungssthuh te bezoeken. Daarnaast bestaan in bijna alle steden gewerblirhe F„>ihilduwis*rhuli-n, welke zich in een grooten bloei mogen verheugen.

In Baden wei-den reeds in 1835 naast de bestaande herhalingsscholen niet obligatoir karakter geirérhliehe Fortbib/urtgssrhuien opgericht. Deze laatste zijn facultatief; het bezoek daarvan ontheft echter van de herhalingsschool. In 1897 bestonden er in het geheele land 1<>0 dergelijke vakscholen. Deze onderscheiden zich hierdoor, dat het onderwijs er niet tot de avonduren en Zondagen is beperkt, doch ook 's morgens en zelfs in den namiddag wordt gegeven. Eén der oudste en meest bezochte (iewerbeschulen is die te Freiburg i. Br., welke krachtens gemeentelijke verordening door alle leerlingen tot hun 18le jaar moet M orden bezocht. Zij is \erdeeld in talrijke vakafdeelingen. Het onderwijs wordt gegeven s morgens van «»—10 in den zomer en van 8—10 in den winter, verder * a\ oiul- \an 7 '/2—9 en voor enkele klassen ook 's middags van 1—-ó uur. Bovendien bestaat er voor de leerlingen gedurende de wintermaanden den geheelen dag gelegenheid, onder toezicht en leiding der leeraren te teekenen. Des Zondags van 10—12 uur wordt de z.g. rOffener Zeidiensaal gehouden, waar ook aan niet-leerlingen der school onderwijs in vakteekenen wordt gegeven. De school telde in 1896/7 643 leerlingen.

In het groothertogdom Hessen zijn de leerlingen tot hun 17de jaar verplicht ile herhalingsschool te bezoeken. Daarnaast bestonden in 189(!/7 13 vakscholen niet 1105 leerlingen en 42 geuvrbliche Foiibildmigsgehideu niet 1886 leerlingen, verder nog 84 teekenscholen (hoofdzakelijk Zondagsscholen) niet 5U7ó leerlingen. Het bezoek der vakscholen of getcerbllche FoiibiJdtmgtxchulen heeft vrijstelling van de gewone herhalingsscholen ten gevolge.

In den laatsten tijd is men in verschillende streken van Duitschland begonnen niet aan de vakscholen werkplaatsen, z.g. Lehi-werkstiitten, te verbinden, ten einde aldus de practische met de theoretische opleiding te doen samengaan. Deze Lehriverkstfitlcn zijn een onderdeel der vakscholen en dus bestemd voor jongens, die in een werkplaats hun leertijd doormaken : zij bedoelen niet de practische opleiding bij een patroon te vervangen, doch daarnaast aanvullend op te treden.

De Lehnverkstfltten hebben zich vnl. ontwikkeld in het schildersambacht. In de grootere steden zijn aan de meeste vakscholen speciale akklassen voor schilders verbonden, in welke naast liet algeineene theoretische onderwijs ook practische oefeningen worden gehouden, welke zich gemakkelijk aan liet gewone teekenonderricht aansluiten en in een schoollokaal kunnen worden uitgevoerd.

Sluiten