Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wezen voor ile leerliugopleiiling medebrengt, terwijl van andere zijde ook nog op den goeden invloed der verplichte arbeidsboekjes voor arbeiders beneden IS jaar de aandacht wordt gevestigd.

De meesten onzer berichtgevers zijn van meening, dat de leerlingen na afloop van hun leertijd over het geheel genomen wel voldoen aan d<eischen, welke men aan een jongen ambachtsman mag stellen. Het spreekt van zelf, dat eene dergelijke algemeene oordeelvelling slechts met de noodige reserve kan worden neergeschreven, en allerminst ligtdaarin opgesloten, dat er niet in vele opzichten nog rechtmatige redenen tot klachten overblijven. Onloochenbaar is het evenwel, «lat de jonge werkman, die een behoorlijken leertijd heeft doorgemaakt, verre staat boven dengene, die als „jugendlicher Arbeiter" in een fabriek heeft gewerkt. Evenmin kan worden ontkend, dat, over het geheel genomen, het duitsche ambacht nog wel in staat is degelijk werk te leveren, al heeft ook in vele gevallen de opleiding van den ambachtsman met de eischen van den nieuweren tijd niet voldoende gelijken tred weten te houden. Dit laatste geldt hoofdzakelijk van de Schlosser-, smeden- en schrijnwerkersambachten, in welke een gebrek aan bekwame werklieden zich het meest heeft doen gevoelen.

Een gunstige invloed van liet leerlingwezen in zooverre, dat daardoor bij de keuze van een beroep meerdere voorzichtigheid zou worden in acht genomen, kan niet worden geconstateerd en is daarvan ook bezwaarlijk te verwachten, daar invloeden van anderen aard hierbij de overhand hebben. Iloe meer de ambachten bezet worden, des te nioeielijker is reeds sedert geruimen tijd de keuze geworden. Daarbij wordt in «Ie onbemiddelde klassen, uit welke de leerlingen hoofdzakelijk voortkomen, in de eerste plaats er op gelet, op welke wijze de jongens zoo spoedig mogelijk ten minste zooveel kunnen verdienen, dat zij niet meer ten laste der ouders zullen zijn. Van een eigenlijke beroepskeuze is daarbij geen sprake meer: zelfs zal in vele gevallen met eene bepaalde voorliefde van den jongen voor eenig ambacht niet eens rekening kunnen worden gehouden.

Evenmin heeft liet leerlingwezen er toe kunnen medewerken, den overgang van het eene beroep naar het andere te verminderen. Algemeen zijn onze berichtgevers van meening, dat de verandering van beroep, vooral In de groote plaatsen, steeds meer voorkomt. Gebrek aan werk in het oorspronkelijk gekozen ambacht, kans op meerdere verdiensten in een ander brengen den werkman er toe, tot een ander vak over te gaan. Vooral de ontwikkeling der groot-industrie heeft verandering in de hand gewerkt; vele jongelieden gaan 11a volbrachten leertijd naar de fabriek, waar zij juist ten gevolge hunner goede opleiding dikwijls meer

Sluiten