Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaderingen geuit, druk bezig waren door te hollen naar een algemeene staking, zonder dat zij zich van het noodzakelijk karakter daarvan voldoende rekenschap hadden gegeven, tot nadenken te bewegen. Alles in zoodanige termen en met zoodanige konklusie, dat de solidariteit met de aangevangen beweging bleef bestaan en reeds bij voorbaat bleef vaststaan, dat de S. D. A. P. in geen enkel geval als spelbreker zou optreden.

Wat ik over de politieke werkstaking in dat artikel schreef, volgt hier:

„Wij zijn van meening, dat een politieke werkstaking, wier doel op de afstemming of intrekking der ingediende wetten is gericht, geen aanbeveling verdient.

Het Komitee van Verweer heeft indertijd, toen de Regeering blijkbaar van plan was, de arbeiders in een vloek en een zucht den strop om den hals te doen, volmacht gekregen om, als de spoor- en transportarbeiders gingen staken, een algemeene staking tot wering der wetten uit te schrijven.

Getrouw aan het standpunt, door Troelstra in de Kamer en ook reeds vroeger in Het Volk ingenomen, kan een dergelijke politieke werkstaking slechts gerechtvaardigd zijn, wanneer de gewone middelen van agitatie en overreding ontbreken.

Deze ontbreken thans niet, daar de aktie der georganiseerde arbeiders, in en buiten de Kamer, reeds dit succes heeft gehad, dat de heeren blijkbaar geen kans meer zien, de wetten voor Paschen in behandeling te nemen.

Dat zal dus wel tegen 1 Mei gebeuren. Maar dan hebben wij ook gelegenheid, om door een meer geregelde, zakelijke, grondige bespreking der ingediende wetten hunne aanneming te voorkomen. Het Komitee heeft trouwens daartoe ook de noodige opdracht ontvangen. Bovendien is de oorspronkelijke motie, waarin van een werkstaking tegen de wetten sprake is, uitdrukkelijk door de vergadering gehandhaaft.

Het Komitee heeft dus de bevoegdheid tot het uitschreven van eene politieke werkstaking behouden. Wij achten dit besluit goed, daar het Komitee niet verhinderd mag worden om, als eenmaal de spoorweg- en transportarbeiders staken, de gansche arbeiderswereld tot een daad van solidariteit te roepen.

Een andere vraag is echter, of de spoorweg en transportarbeiders wel zullen doen, een staking uit te schrijven, die tegen de ingediende wetten is gericht. Op die vraag moeten wij ontkennend antwoorden. Zij worden wel door deze dreigende wetten gedwongen, een ultimatum aan hunne direktiën te stellen en bij niet voldoening nog voor de aanneming dier wetten tot staking over te gaan. maar dat is dan een gewone staking, een ekonomische strijd en geen politieke aktie met de vakbeweging als wapen.

. Niet alleen wettigen de omstandigheden niet meer een dergelijke politieke werkstaking, daar ons thans ruimte is gelaten voor een gewone agitatie; maar bovendien vreezen wij, naar hetgeen wij vernamen, dat men de meeste kans heeft, de wetten in hun scherpsten vorm door de Kamer te doen aannemen, wanneer men deze stelt onder de pressie eener politieke werkstaking.

Het argument voor zulk een werkstaking — n.1 dat zij geen middel van pressie, dofih slechts een opgedrongen protest is — kan

Sluiten