Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitstek praktisch zij zich dikwijls voordoen en hoe knap zij inderdaad nu en dan zijn ('), wee de Partij, die onder den invloed komt van hun drijven! Naarmate hun methode van werken meer algemeen wordt aanvaard, wordt de werkelijke arbeider meer op den achtergrond gedrongen. De kennis van het tot dogma verheven „beginsel" vervangt het spontane weten van wat des arbeiders is; talmudische spitsvondigheden en haarkloverijen vervangen het frissche voelen van werkelijke verhoudingen in fabriek, werkplaats, gemeente en staat; het leven, zooals het opbruist uit de strijdende faktoren in de omgeving van het oogenblik, moet wijken voor doode afleidingen uit vooropgezette stellingen; het revolutionaire voelen wordt veracht, als ge\ aarlijk voor de revolutionaire theorie en de eigen durf van den arbeider, om wat er in hem leeft en woelt uit te schreeuwen, verflauwt onder den benauwenden invloed van het streven, om toch vooral hen na te praten, die in 't bezit zijn van de zuivere wetenschap van den klassenstrijd. De arbeider van vleesch en bloed wordt aldus onder zijn eigen abstraktie verplet; het theoretische spook van het proletariaat zuigt dit, als een vampyr, zijn eigen frisch leven uit; de proletarische energie wordt door haar gedachtenbeeld gedood en de Partij is een hoopje disputeerende, kritiseerende, dogmatiseerende, naar het leiderschap ambiëerende personen geworden, in verschillende klieken en groepen elkaar bestokend, de Partij verscheurend en het proletariaat van haar vervreemdend.

Wat mij in het laatste Kongres zoo onaangenaam heeft getroffen, waren de verschijnselen, die er op wezen, dat deze geest reeds Meer dan wenschelijk was de debatten over ons politiek optreden (de herstemmingen en de afgeloopen Staten-verkiezingen) beheerschte. Pannekoek smeedde uit het natuurlijke feit, dat wij bij de Staten-verkiezingen daar, waar wij niet zelfstandig optraden, de liberalen tegen Kuyper moesten steunen, een verwijt van oneerlijkheid tegen het Partijbestuur, dat in ziin manifest met dit feit had rekening gehouden. Sannes en anderen trachtten ons een herstemmingstaktiek op te dringen, die het meest elementaire voelen der socialistische arbeiders, hun gerechtvaardigde afkeer van Kuyper, als iets ongeoorloofds buiten beschouwing stelde en Mendels wekte de lachlust op, door de herhaalde frontveranderingen in ééne rede, uitgevoerd onder de pressie, om toch het ideaal dezer dogmatische politiek zoo dicht mogelijk te naderen. Hier was niet de werkelijkheids-politiek, die de feiten tot uitgangspunt neemt, aan het woord: hier was reeds vooraf de — zoo steil mogelijk luidende konklusie vastgesteld, waartoe men volgens een ongare opvat-

() „Intellektueelen ' noemt men hen. Een onjuiste benaming, daar er onder de „practici vaak zijn, meer intellektueel dan die zich zoo gaarne noemen en evenzoo onder de „intellektueelen" uitnemende praktische strijders en organisatoren. Ik noem ze dus liever dogmatici.

6

Sluiten