Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mogelijk te maken. De begane fouten waren geen uitvloeisel van kwade trouw; over en weer was eerlijke overtuiging en liefde voor de goede zaak de drijfveer. De kleine persoonlijke bijmengselen, die elke menschelijke handeling aankleven, tellen niet mede.

Maar even \ast staat, dat' de Partij niet werkeloos mag blijven toezien, dat hare beste krachten worden verspild in een strijd als in deze bladzijden is geschilderd. Dat de Partij zich moet uitspreken over de hoofdzaak van dien strijd: de w ij ze, waarop zij wil geleid worden. Wil zij daarbij uitgaan van deze waarheid, dat in ons kleine Nederland noch de ekonomische struktuur, noch het godsdienstig en voor een deel klein-burgerlijk karakter van het proletariaat) de voorwaarden bieden voor een politieke arbeidersbeweging, die in marxistische zuiverheid en ultra-revolutionaire gezindheid zelfs de sociaaldemokratie van industriëele landen naar de kroon steekt? Wil zij, dat wij zullen streven naar een beweging, zooals die in een land als het onze moet zijn — eenigzins idealistisch, rekening houdend met de rehgieuse geaardheid van de massa onzer arbeiders, niet het oog sluitend voor aan de arbeiders verwante groepen, de tegenstellingen tusschen de burgerlijke groepen benuttigend? Of wil zij, ontevreden dat de gegevens in ons land niet geheel beantwoorden aan wat de theorie in haar eenvoudigsten vorm en schoolsche opvatting leert, een socialistische beweging forceeren, drijc 11 naar kunstmatige ultra s, aan de Partij een toon, een geest en een taktiek opdwingen, die haar in wezen vreemd zal blijven, en haar tot een propagandaklub van met elkaar overhoop liggende sprekers en schrijvers zal doen verschrompelen? Zal de Partij over de werkelijke arbeiders heen, wortelende in een gedroomd luchtproletariaat, zweven of, zooals haar aan\ ankelijk optreden en haar aktie in Kamer en gemeenteraden heeft bewerkt, steeds dieper doordringen in het werkeliik leven van ons volk?

'Ik weet zeker, dat de overgroote massa der Partij in deze zaken eenstemmig met mij denkt. Maar laat zij het dan uitspreken Laat zij niet schromen, te zeggen, wat de ontwikkelde, ten klassenstrijd opgetrokken Nederlandsche arbeider wil. Laat zij paal en perk stellen, vóór het te laat is, aan dogmatósch drijven.

Laat zij bovendien front maken tegen het voortwoekerend individualisme, dat de eenheid en het aanzien der Partij ondermijnt. Een duidelijke aanmaning tot besef van organisatie en discipline, tot kameraadschap en samenwerking, kan op dit Kongres niet uitblijven.

De Partij kan, indien zij het al niet wist, uit dit geschrift de overtuiging putten, hoe onmogelijk voor hem, wien men leiding opdraagt, deze is, indien hij voortdurend in zijn betrouwbaarheid en algemeene opvatting van de zaak' door toongevende partiigenooten wordt aangerand. Reeds vroeger heb ik te kennen gege\en, dat ik het werk, door mij in de Kamer te verrichten, als

Sluiten