Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE I.

(Hoofdartikels „Het Volk" van 17, 21*en 28 Sept. 1901).$

De agrarische kommissie.

Het partijbestuur heeft in zijne laatste vergadering voldaan aan den inhoud der motie, op voorstel van de afgevaardigden van Amsterdam III op ons jongste verkiezingskongres aangenomen.

Deze motie luidt:

„Het verkiezingskongres, gehouden 8 April 1901 te Utrecht, overwegende, dat de beide ter zijne beoordeeling voorgelegde punten aangaande de regeling van het pachtkontrakt en gemeentelijk grondgebruik, het kongres zouden brengen in het diepst der agrarische';kwestie, van oordeel, dat voor een uitspraak in deze een voorafgaande ernstige studie van het landbouwvraagstuk gewenscht en noodzakelijk is, noodigt liet partijbestuur der S. D. A. P. uit, een kommissie te benoemen, die de agrarische kwestie in haar geheelen omvang zal onderzoeken, speciaal met het oog op de Nederlandsche landbouwtoestanden, besluit, inmiddels voor de a.s. verkiezingen de door het P. B. voorgestelde paragraaf ongewijzigd te aanvaarden."

Na al hetgeen over deze zaak in en buiten onze Partij gezegd en geschreven is, komt het ons gewenscht voor, de aanleiding tot de benoeming dezer kommissie beknopt en zakelijk aan onze lezers mede te deelen.

Wij bedoelen hiermede niet een voortzetting der debatten over dit punt, welker felheid — onder onze partijgenooten tot lieden ongewoon — wij slechts kunnen toeschrijven aan misverstanden *), die, naar wij voor de Partij hopen en ook wel vertrouwen, in en door de benoemde kommissie grondig zullen worden opgeruimd.

Integendeel wenschen wij deze zaak te ontdoen van de min-of-meer persoonlijke en toevallige elementen, die er onwillekeurig in zijn gemengd en van het polemisch karakter, dat zij tot heden wel moest dragen, wat het best geschiedt door alleen van den zakelijken inhoud der gevoerde debatten het wezenlijke samen te vatten, als zoovele punten waarover de studie en liet

onderzoek der kommissie o. a. zullen loopen.

* -

*

De bespreking van ons agrarisch program is ingeieid met een artikel van Kautsky, in liet Februari-nummer van de Nieuwe Tijd van dit jaar, getiteld: „Eenige woorden over liet Hollandsche verkiezings-program ten gunste van het landvolk."

In dit licht zal ik ook maar Gorter's laatste ontboezemingen in de Nieuwe. Tijd beschouwen, die ons terugvoeren midden in de pijnlijkste oogenblikken van ons Verkiezingskongres. Wilde ik op dat artikel ingaan, dan zou ik 'larde woorden moeten gebruiken, die ik in 't belang der zaak liever vóór mij houd en gelukkig vóór mij kan houden, nu door samenspreking in de Kommissie de mogelijkheid bestaat, elkander beter te leeren begrijpen. Tr-

Sluiten