Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bescherming zouden vragen „voor hun uitbuiting van de landarbeiders hoewel hij zelf toegeeft, dat dit niet de bedoeling is.

Waar hij tegen opkomt is, .dat de socialistische arbeiderspartij van eenig land de taak heeft, behalve landproletariërs of kleine boeren, ook de mijden of groote boeren, of zelfs de pachters van groote landerijen, de kapitalistische veefokkers en de andere kapitalistisch* beheerders van den mtiomlen grond tn haar schoot op te nemen." Wil hij daarmede zeggen, dat wij in geen enkel opzicht iets ten voordeele van deze personen kunnen of mogen doen. Aetcer niet. Hij laat immers op deze woorden volgen: Wij mogen in zekere vraagstukken 'met hen samengaan, voor bepaalde doeleinden een tijd lang aan hunne zijde strijden kunnen Maar in onze partij kunnen wij wel individuen uit iedere maatschappelijke klasse gebruiken, maar vooral geen groepen met kapitalistische, midden-burgerlijke of midden-boersche belangen '

Dat dit ook niet de bedoeling van het Fransche program kan zijn, geett hij toe: het ligt trouwens voor de hand, daar men dit ééne punt niet kan losmaken van liet qansche program, dat tegen de patroonsklasse, dus ook tegen de klasse van pachter-iverkgevers gericht is, waardoor van zelf opneming dezer groep in onze partij blijft buitengesloten. , ,

Toetsen wij 1111 ons programpunt omtrent de pachters aan Engels kritiek op het Fransche program, dan zij allereerst herinnerd, dat wij den boer niet in zijne uitbuiting van den arbeider willen beschermen en evenmin zijn bedrijfsvorm kunstmatig teqen de konkurrentie van het grootbedrijf willen handhaven — doch het in het belang der arbeider-zelven en tevens in de lijn van onzen strijd tegen het privaat groot-grondbezit achten, om den boer te helpen 111 zijn strijd tot vermindering van het aandeel van den grondeigenaar in de opbrengst van

deH Tegen het bestaande Fransche programpunt, dat reeds verlaging der pachtsommen eischte, was dan ook Engels' kritiek niet gericht; wel tegen het program, dat den boer als eigenaar wil helpen en eene theoretische inleidin0 bevat, die ook wij niet gaarne zouden willen onderschrijven.

Voordat wij nu de beteekenis van het verhandelde op den partijdag te Breslau voor onze agrarische verschilpunten uiteenzetten, eerst eene opmerking, die tot goed verstand van zaken noodig is.

Niet wij zijn liet, die ons tot staving van ons goed recht op de buitenlandsche partijen hebben beroepen. Hoewel aanvaardende de theoretische beginselen der sociaaldemokratie, ook als verklaring van den gang der ontwikkelin" on agrarisch gebied, achten wij hunne toepassing voor elke streek der wereld verschillend. Dat onze Fransche Marxisten den kleinen boer op hunne wijze tegemoetkomen, moge onze tegenspraak uitlokken — zij hebben daarvoor de reden, dat nergens de landbevolking zoo algemeen dat type vertegenwooidi"t en dat nergens de kleine boerenstand die politieke macht bezit als daar. Guesde, Lafargue enz zijn werkelijk geen kwajongens, die door den eersten

den besten student met een paar volzinnen van Engels kunnen worden verslagen.

hun fout bestaat waarschijnlijk meer hierin, dat zij hunne theorie 111 overeenstemming hebben trachten te brengen met eene niet-socialistische P™™jk, m plaats van rondweg te erkennen, dat de noodzakelijkheid der pralctijk hen dwong tot eene politiek, die — als zooveel in onze politiek. — totaal buiten de socialistische theorie staat en van zuiver burgerlijke herkomst is.

In ons land, waar het kleingrondbezit ekonomisch en politiek minder beteekent en de pachter in vele gevallen de onteigening van den boer®"^and vertegenwoordigt, valt meer de nadruk op het pachtstelsel en al kan1 doorde hervorming daarvan ook een deel der boeren worden gebaat n.1. <ie .U.U ) pachters van meer dan ö H.A., die in 1H98 voorkwamen op de 16J.654 ge-

Sluiten