Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE VI.

Het Volk, 15 en 18 Maart 1902.

Uit Troelstra's artikelen: „Opportunisme."

„Men weet dat deze vragen loopen Xo. over het pachtkontrakt en 2e over de uitgifte van gemeentegrond aan arbeiders.

In deze kwestiën stonden de voorstellen van het Partijbestuur en die der afd. Naarden-Bussum tegenover elkaar.

Beiden willen de pachters beschermen; beiden willen streven naar koöperatief grondgebruik. Het verschil is, dat Naarden-Bussum alleen voor den proletarischen pachter de pachtsom wil verlagen en het P. B. dezen maatregel in het algemeen wil voorschrijven en dat Naarden-üussum het koöperatief gebruik van den grond als voorwaarde van uitgifte stelt, terwijl ons program dat koöperatief gebruik slechts wil bevorderen

De zaak werd nu zóó voorgesteld, alsof ous program liet eigendom der boeren kunstmatig wilde beschermen of scheppen en verouderde bedrijfsvormen wilde in stand houden Daartegen kwamen wij in boven aangehaalde woorden op; maar Mevr. Holst beweerde nu, dat het daarin zóó werd voorgestelt, „als gingen de agrarische geschilpunten de theorie niet aan, als stonden zij buiten de theorie."

Zij schijnt onze woorden zóó op te vatten, alsof wij meenden, de theorie bij liet opmaken van ons agrarisch program wel te kunnen ontberen. Ware dat de bedoeling, dan zou zij gelijk hebben. Het is echter herhaaldelijk duidelijk gezegd, dat men het over de theorie eens was; daarover liep het verschil niet; men verschilde slechts over de vraag, wat er moest gedaan worden om de werkelijkheid het best en zekerst in de richting der theorie te veranderen.

Duidelijk blijkt dit uit twee andere aanhalingen uit deze debatten, lo. die, waaiin wij zeggen: ,,Wij zijn hier niet om elkaar lesjes in de theorie te geven, maar om na te gaan hoe de theorie in de praktijk moet worden overgezet" en 2o. uit van Kol's woorden: ,Het is zoo verlokkelijk in de studeercel theorieën op te bouwen, maar zoo moeielijk ze in praktjjk te brengen" — wat een waarheid als een koe is

Deze drie citaten met elkaar moeten nu de meening post doen vatten, alsof Van Kol en wij ons niet naar de theorie willen richten, om de beweging geen schade te doen.

Vooral bedenkelijk schijnen de woorden te worden geacht, door ons aan het bovenstaande toegevoegd: „Maar laten wij toch taktisch zijn." Ze worden door onze bestrijdster kursief gedrukt: dat men, om zijne beginselen in daden om te zetten, in deze snoode wereld met takt moet te werk gaan, schijnt alleen te kunnen opkomen in een brein dat geheel door het opportunisme is beneveld!

Wij komen nu bij een uitspraak van ons op het kongres van 1901, die al zoo treurig mogelijk is uitgelegd en die wij daarom met genoegen onder de bewijzen van onze opportunistische verdorvenheid terugvinden, omdat wij de dwaze opvattingen, daaraan vastgeknoopt, nu eens kunnen terugwijzen. „Redenen tot wijziging (van ons agrarisch program) waren er niet," spraken wij namens het P. B. „en de resultaten waren zeer bemoedigend. Wat in geen

Sluiten