Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hunne overeenkomen. Wij zouden verder de vraag kunnen stellen, waar het heen moet met onze kleine Partij, als zij, die hunne ervaring in liet leven en in de zoo leerzame Nederlandsehe arbeidersbeweging hebben opgedaan, eiken keer dat zij deze in 't belang der Partij willen toepassen, blootstaan aan aanvallen op hun politieke betrouwbaarheid van de zijde van enkele in vele opzichten hoogst verdienstelijke partijgenooten, maar die nog steeds het bewijs moeten leveren, dat zij de kunst verstaan, om hunne wetenschap in praktijk

te brengen. . .

Wij zullen het er echter ditmaal maar bij laten. Hoewel wij er niet over mochten zwijgen, achten wij het in het belang der partij, op deze bedroevenswaarde kwestie niet dieper in te gaan, dan bepaald noodig is. Maar wij mogen niet eindigen zonder de partijgenooten, die, met de beste bedoelingen bezield, thans tegen een denkbeeldig gevaar zijn te velde getrokken, te wijzen op het onmiddellijke nadeelig gevolg van hun onbewezen beschuldigingen en schromelijk overdreven voorstellingen. Dat is: dat de eenheid en het onderlinge vertrouwen in de Partij aldus noodeloos worden verstoord; dat er zich twee frakties vormen, waarin de twee noodzakelijke elementen der sociaaldemokratie : wetenschap en beweging, op voet van oorlog tegenover elkander staan, in plaats van zich met elkaar te verdragen en dan elkaar te versterken; dat zij, die steeds tegen den vijand in het vuur moeten zijn, tevens hun halve kracht zullen moeten besteden aan partijgenooten, die hen bestoken — in één woord, dat door overmaat van „revolutionaire" theorie, de revolutionaire kracht der beweging wordt verlamd.

BIJLAGE VII.

Waarde Troelstra,

Bijgaand stuk werd door de redaktie geweigerd. Ik maak daaruit op dat gij er geen kennis van draagt, en acht het dus mijn plicht, u een afschrift te zenden en met de meeste aandrang aan u plaatsing in ons blad te verzoeken.

Met de volle erkenning van uwe groote talenten meen ik in het belang van de partij en dus van u tot dit besluit te moeten overgaan. Mede heb ik een afschrift gezonden aan de arbitrage-commissie, aan wier oordeel ik de weigering van Ankersmit voorleg.

Met de meeste hoogachting,

uw partijgenoot,

(get.) W. H. DE GRAAF.

Geachte Redaktie, 23 Maart.

Is het niet noodzakelijk dat de redaktie ons eens mededeelt, waarom alle ingezonden stukken niet gelijk behandeld worden en het ingezonden stuk van Schalier met groote letter als een hoofdartikel opgenomen word. Het beteekent toch niet dat door het geven van een groote letter de geheele redaktie hare instemming met dat stukje betuigt. Overigens meen ik dat we Schaper niette

Sluiten