Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat deze prachtige beweging de organisatie der arbeidersklasse blijvend ten goede komt — dat zij niet worde een brand, waarin het half voltooide gebouw der neutrale vakorganisatie zelf verbrandt — dat zij door haren vijand, de Nederlandsche Regeering, niet worde gelokt in den val, dien deze naar allen schijn bezig is, voor haar op te stellen

Het komt er thans op aan, dat de Nederlandsche arbeiders zullen toonen, sedert de laatste tien jaren, iets geleerd te hebben.

Zooals thans de Reaktie driest den kop opsteekt, dwangwetten uitschrijft, met geweer en kanon gereed staat, arbeidersbloed te vergieten, zooals thans de arbeiders vol heldenmoed en geestdrift gereed staan tegen den aldus gewapenden vijand hunne heiligste rechten te verdedigen — zóó was het reeds vroeger in Nederland.

De fout van de leiders der vroegere beweging is geweest, dat zij zichzelf en de arbeiders wijs maakten, dat zij mei geweld van de bourgeoisie zonden kuunen verkrijgen, wat deze niet goedschiks onder den drang der oplevende organisatie zelve, wilde geven. Daarbij kwam een overschatting van de kracht der beweging, die maakte, dat zij zich elk jaar „de groote revolutie" voorstelden, waardoor elk jaar weer nieuwe teleurstelling werd veroorzaakt, die ten slotte in totale moedeloosheid overging.

Dat dr. Kuyper liet recept van Du Tour van Bellinckhave gaarne zou willen toepassen, is met het oog op wat wij om ons heen zien gebeuren, vrij duidelijk.

Hoe schoon zou het zijn, op de puinlioopen der neutrale vakbeweging, tegen wie ronduit de strijd is aangebonden, een „christelijke" vakorganisatie te stichten! Hoe goed zou'het zijn, de 8. D. A. P. denzelfden weg op te dringen, waarop de oude S. D. B. is verongelukt en daardoor weer de handen vrij te krijgen voor het geknoei, dat thans maar al te veel kritiek moet ondervinden.

Hoe rustig en zalig, er eens voor goed den schrik in te brengen, onder dat roode gebroedsel, dat zich als het zand der zee gaat vermenigvuldigen.

Opdat dit niet zal gelukken, dat men uwe organisatie niet verplettert, uwe partij niet te gronde richt — daarvoor, arbeiders, zult gij zorgen!

Al uwe daden en besluiten zullen gedragen worden door uwen wil om uit dezen strijd niet zwak en moedeloos, maar sterker en hoopvoller te voorschijn te komen.

Zet de vijand zijn moordval voor u open. gij zult er niet in loopen. hn tot den uitersten strijd, de werkstaking, zult gij alleen overgaan als het moet en gij de zekerheid hebt dat zij uwe vakorganisatie dat werk van zooveel jaren van moeite en vlijt, niet aan ontbinding en vernietiging ten prooi stelt. „Het proletariaat", zeide Marx, „heeft niets te verliezen dan zijn ketenen."

Wij voegen er aan toe: ja, nog wel iets anders, n.1. de vijl, waarmede het zijne ketenen moet stuk vijlen, zijne organisatie.

Arbeiders, blijft nuchter en waakt !P'

Sluiten