Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook aan de redaktie van de Havenarbeider, die naar aanleiding van ons artikel uitroept, hoe er toch met die arme arbeiders wordt gesold.

Met de arbeiders sollen, dat doen zij, die hun dingen voorspiegelen, waarvan toch niets kan komen; maar dat doen wij niet en dat hebben wij nimmer gedaan.

Van meet af hebben wij op den voorgrond gesteld, dat wij alleen bij overhaaste doorvoering der wetten, als er geen tijd was voor gewone agitatie, een opgedrongen proteststaking zouden aanvaarden; wij hebben ter bestemder plaatse medegewerkt, om deze overbodig te maken, daar wij uit de toebereidselen der regeering opmaakten, dat zij zulk een staking wel zou willen, om de arbeidersbeweging eens een goede aderlating te kunnen toedienen; wij hebben, toen deze toeleg was mislukt en het tijd van spreken was, de arbeiders voor meesollen op een doodloopenden weg gewaarschuwd, ook al wisten wij, welk misbruik hiervan tegen ons zou worden gemaakt. Daarom kan die aantijging ons niet deren — laat ieder voor zich zorgen, dat ook hij in zijn geweten verantwoord is.

BIJLAGE XII.

BRIEF van Tak aan Troelstra., d.d. 8 Maart 1905.

Er komt op het kongres een oppositie tegen de redaktie van Het Volk, als niet propagandistisch genoeg. Er is misschien wat van aan. Ik heb dadelijk gezegd dat ik mij alleen kan geven zooals ik ben, en voor propaganda bij beginnenden ben ik niet best aangelegd. Daarom rijpt bij mij het voornemen om mij stil terug te trekken. Er ligt heel wat werk waar ik naar verlang, en waar niets van komt. En omdat het toch alles werk is dat onze zaak betreft, voel ik volle vrijheid. Hebt gij geen lust om het weer op te vatten, als gij wat vrijer van beweging zijt? Dat zou een oplossing zijn en dan rekommandeer ik mij als medewerker voor enkele soorten van artikelen.

Denk daar eens over. We moeten voor de vrede in de partij geen ultra hebben. Geniet maar lekker van den rusttijd en geloof mij, enz.

BRIEF van Troelstba aan Tak, d.d. 13 Maart '05.

„Mijn plan was, na 1 April mijn boeltje ergens op te bergen en met mijn boeken, papperassen en loketkasten naar A'dam te trekken. Wat mij de laatste paar jaar zeer heeft gehinderd, was, dat ik feitelijk zoo buiten de zaken in de partij stond.

Het was wel noodig met 't oog op inijn huiselijke omstandigheden, zooals ik die had ingericht; maar hoe meer ik zag, dat daardoor het beoogde doel, genezing mijner vrouw, niet werd bereikt, des te erger prikkelde mij dat half of twee derde braak liggen mijner krachten. Ik schijn nu eenmaal het best te tieren, midden in „de beweging." Ik dacht vaak, als 't zoo doorgaat, is 't maar beter, dat ik me geheel terug trek.

Dit nu is een krisis en ik heb er uit geleerd, dat ik m'n natuur geen geweld moet aandoen Daarom ga ik naar A'dam. Hiermede zou dan de voor-

Sluiten