Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LITURGISCHE POËZIE, EEN VIOLIER-LEZING.

Geachte Vergadering!

In een vorige Violier-lezing kon zonder optimisme op de blijde werkelijkheid gewezen worden, dat deze tijd naast zijn critiek, massaal noch horizontaal met die van een vroegere periode te vergelijken, onbetwistbaar zijn eigen schoonheidsdaden, zijn eigen kunstfeiten heeft.

Oppervlakkig bekeken, zou dit verrassend mogen heeten, wijl de algemeene cultuur-geschiedenis van vroegere tijden op een oorzakelijk verband schijnt te wijzen tusschen kunstverval en critiekgroei. Maar iedereen, hij zij «laudator temporis acti> of een werker aan de agenda van zijn eigen tijd, iedereen heeft te erkennen, dat nimmer een eeuw het historische weten en vergelijkende inzicht van onze dagen bezat, dat nooit critische geest gewekt en gevoed werd door zoo algemeene en diepgaande kennis, — een kennis, die den eenen practischen kunstbeoefenaar steunt en den ander niet noodzakelijk hoeft te deren. Een kennis, die het schoonheidsgevoel en -inzicht van den theoretischen kunstbeoefenaar bijstaat in het zuiver stellen van zijn oordeel. Een kennis, die, hoe meer ze gemeengoed wordt, den duur beperkt van de slechte gevolgen eener dwalende critiek. De critiek van dezen

Sluiten