Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zichtbare nabijheid van Hem, die gesproken had: « Zoo dikwijls gij dit doen zult, zult gij het doen te mijner gedachtenis,» en «Waar twee in mijnen naam vergaderen, ben Ik in hun midden». Zij beleven de volheid der tijden, door de psalmdichters in visioenen gezien, en elk gewijd uur van hun nieuw leven is in hun mond de oude psalm een nieuwe levenszang.

Professor J. H. Drehmanns zegt in de Inleiding tot zijn psalmen-vertaling het volgende:

«De goddelijke oorsprong der Psalmen brengt van zelf mede, dat hun inhoud den mensch opwekt en helpt om zich tot God te verheffen, In zijn geheel namelijk bezingt het Psalter de geneugten van den met God vereenigden Israëliet en het ongeluk dergenen, die van God gescheiden zijn. Dat is de grondtoon van het Boek der Psalmen.

Maar hooger gaat dikwerf de vlucht van den Psalmdichter; de zanger wordt ziener; hij aanschouwt in verre toekomst den beloofden Messias, zijn leven, zijn lijden, zijne zegepraal; die geheimen van het menschgeworden Woord, hem door den Geest Gods geopenbaard, deelt hij dan met bijstand van dien zelfden H Geest mede in zijne liederen Dit geschiedt echter niet altijd op dezelfde wijze. Niet weinige Psalmen toch wijzen rechtstreeks op den komenden Messias, en dat met woorden, die ondubbelzinnig dienen om Hem, en Hem alleen in zijnen persoon en zijne komst, zijne vernedering en zijne verheerlijking te voorspellen, te huldigen. Zoo bezingt o. a. Psalm CIX (Dixit Dominus1)

i) Deze psalm is de eerste der 5 gewone Zondagspsalmen, die in alle kerkboeken staan.

«De Heer sprak tot mijnen Heer:

Zit aan mijne rechterhand, enz.»

Sluiten