Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als voorbeeld kan ik de vrouw van een mijner collega's aanhalen, die onaangenaamheden had <>-ehad met de familie van haar echtgenoot: zij had de gewoonte aangenomen zenuwtoe vallen te krijgen, ongemotiveerde huilbuien en driftbuien ; ze sloeg vaak met de deuren, mokte lang in haar kamer, vertoonde in één woord alle kenteekenen van een nukkige, zenuwachtige jonge vrouw. Haar arme man wist niet meer wat hij ermee moest beginnen en als hij haar smeekte toch een beetje haar best te doen om zich te belieerschen, antwoordde ze hem; „ja, ik kan 't niet helpen, 't is mijn schuld niet; jouw familie heeft me zoo gemaakt, vroeger was ik niet zoo." Deze zieke, want dat was ze van een psychisch standpunt uit beschouwd, was volkomen ter goeder trouw; zij hield van haar man en zou alles hebben gedaan om hem plezier te doen.

De oorzaak van haar lijden kwam voort uit het auto-suggestieve denkbeeld: „De familie van mijn man heeft me zenuwziek gemaakt; ik kan dus niet anders zijn." Toen ik in de gelegenheid was met haar te praten, legde ik haar uit, dat de onaangenaamheden met haar schoonouders tot de geschiedenis behoorden, dat zij daar nu niet meer op terug moest

Sluiten