Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 488.

De bij deze wet straf baar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen, behalve de strafbare feiten, bedoeld bij het vorig artikel, die als misdrijven worden beschouwd.

HOOFDSTUK IX.

Slotbepalingen.

Artikel 489.

Alle stukken, verzoekschriften en beschikkingen ten gevolge van deze wet opgemaakt, zijn vrij van het recht van zegel en van de formaliteit van registratie en. met inachtneming van de bij Koninklijk besluit vast te stellen voorschriften, van briefport. De beschikkingen en vergunningen worden kosteloos uitgereikt.

Artikel 440.

De formulieren der verklaringen, bedoeld in een der artikelen 417 en 418, der opgaven, bedoeld in artikel 261, der arbeidslijsten, bedoeld in artikel 396. en der kennisgevingen, bedoeld in de artikelen 263. 1ste lid. 297 en 324, alsmede de in hoofdstuk VII bedoelde arbeidskaarten worden van :s Rijks wege kosteloos verstrekt en — onverminderd het bepaalde in het tweede lid van artikel 406 — door en bij de gemeentebesturen voor belanghebbenden kosteloos verkrijgbaar gesteld.

Artike! 441.

De Arbeidswet (wet van 5 Mei 1889, Staatsblad no. 48. laatstelijk gewijzigd door de wet van 21 October 1902, Staatsblad no. 185) en de Veiligheidswet (wet van 20 Juli 1895, Staatsblad no. 137), alsmede de krachtens die wetten uitgevaardigde algemeene maatregelen van bestuur, zijn ingetrokken.

Artikel 442.

Hij. aan wien eene vergunning is verleend tot afwijking van eenig voorschrift der in het vorige artikel genoemde Arbeidswet en hij. aan wien eene vrijstelling is verleend van eenig voorschrift der Veiligheidswet, wordt geacht te voldoen aan de voorschriften van Hoofdstuk IV of VI. die overeenkomen met- of in de plaats treden van het voorschrift, waarvan vergunning tot afwijking of vrijstelling is verleend zoolang hij niet in strijd handelt met de vergunning of de vrijstelling.

De in het vorige lid bedoelde veronderstelling houdt op te gelden, wanneer het tijdstip is bereikt, hetwelk in de vergunning of de vrijstelling is genoemd. Is in de vergunning of de vrijstelling geen tijdstip genoemd dan houdt de veronderstelling op te gelden met 1 Januari 1913.

Sluiten