Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

christelijke partijen niet als vier jaren daarna zoo eendrachtig optraden, zou op een mondeling examen voor de hoofdakte zijn gevraagd, hoe 1>a Costa gestemd zou hebben. Voorzeker eene dwaze vraag. Toch zal niemand ontkennen, dat Da Costa voorde politieke verhoudingen van lateren tijd van grooten invloed is geweest, ja dat zijn arbeid de mogelijkheid heeft bevorderd van het optreden van eene staatkundige partij, die de eeuwige beginselen van Gods Woord tot grondslag nam.

Het ontstaan van de anti-revolutionaire partij te schetsen en I)a Costa's naam te verzwijgen, is niet mogelijk. Al is hij wel niet de stichter van onze partij, ja, al lag dit ook niet in zijn bedoeling, — dat hij, onbewust in vele opzichten, als één der grondleggers van die partij moet worden geacht, staat vast voor een ieder, die met het leven van Hilderdijks grooten leerling bekend is.

\\ ie Da Costa was en nog is voor het Christenvolk, behoeft hier niet uitvoerig te worden uiteengezet. Wie kent hem niet als dichterV Maar hooger nog dan de invloed, die van zijn prachtige dichtstukken voor onze taal uitging, wordt in onze kringen geschat de beteekenis van zijn rijk gezegenden arbeid tot verbreiding van het Evangelie. Een schrijver heeft met recht van hem betuigd, dat de geschiedenis van de Kerk en van liet godsdienstig leven in de eerste helft onzer eeuw eenigerinate is de geschiedenis van Da Costa.

Zijn bekeering van Jood tot Christen, waartoe Bilderdijk het middel was — hij werd door Ds. Egeling gedoopt den 20sten October 1822 te Leiden — bleek alras van grooten en gezegenden invloed te zijn. ..Ziende dat zijn God en Zaligmaker, Dien hij nu had leeren kennen en voor \\ iens dienst hij in Oosterschen gloed wilde ijveren, niet gehuldigd werd, maar bij alle richtingen en bedoelingen meer dan innner uitgesloten en verloochend, greep Da Costa naar zijn luit als een krijgsman naar zijn degen, tartte stout den geest der ongodisterij en voegde reeds spoedig den lieden van de verdraagzaamheid en van den vrede toe: „Vrede in des Heeren Naam, aan d'ongodisten krijg". (Wagexaak, Het Réveil en de Afscheiding.)

Schotmans Eerezuil voor de Dordtsche Synode had schrik en verontwaardiging gebracht onder de verdraagzamen en de lieden

Sluiten