Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel III.

Ook op staatkundig terrein belijdt zij (ui. de anti revolutionaire of christelijk-historische richting) de eeuwige beginselen van Gods Woord; zóó evenwel, dat het Staatsgezag noch rechtstreeks, noch door de uitspraak van eenige kerk, maar alleen in deconscientie der overheidspersonen aan de ordinantiën God» is gebonden.

De eeuwige Beginselen van Gods Woord.

Artikel 3 van het Program van Beginselen vraagt thans de aandacht. We zagen, dat artikel 1 handelt over onzen naam, over onze richting en over ons streven; en dat voorts artikel 2 ons bepaalt bij de beteekenis van souvereiniteit of gezag, en in verband daarmede de vraag beantwoordt wat te verstaan onder souvereiniteit Gods, onder het aan menschen opgedragen gezag en het publiek souverein gezag. Artikel 3, waartoe we nu genaderd zijn, houdt zich meer bepaald bezig niet de bevoegdheden en de grenzen van het Overheidsgezag.

Als men vraagt, waar die bevoegdheden en die grenzen worden aangegeven, dan luidt het antwoord: in de Grondwet. Daar komen allerlei bepalingen voor betreffende de macht van de Koningin, dus van de regeering over het geheele land; maar ook van de Gemeenteraden en de Provinciale Staten. Zoolang die Grondwet geldende is, zoolang de Rijks-overheid met de Staten-Generaal zich aan die Grondwet houden, zijn de bevoegdheden en de grenzen van het Overheidsgezag van zelf aangegeven.

Reeds hieruit blijkt, dat die Grondwet niet voor alle tijden de grenzen aangeeft voor het Overheidsgezag. Immers, de Grondwet heeft een tijdelijk karakter en wordt veranderd naar de

Sluiten