Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voeden, om dan volledig liet politiek systeem van ongeloof te kunnen toepassen. Het liberalisme zal dan ook niet rusten zoolang de eed niet geheel is afgeschaft, zoolang de uitdrukkingen van,.gratie Gods", „zegen Gods," enz. niet voor goed uit de staatsstukken zijn verdwenen, zoolang ook de ofiicieele Zondag niet voor goed is weggevallen.

Of men dan geen vastheid wil, geen gehoorzaamheid aan het gezag van den „Staat", gelijk het heet in plaats van „Overheid"? O, zeer zeker. Maar eene vastheid, die de menschelijke wet geeft; eene gehoorzaamheid, die niet in de conscientie maar in vrees voor de straffende hand van den rechter ligt. Welk eene vastheid nu in de wet is gelegen, heeft de heer Fr. van der Goes getoond toen hij in de Nieuwe Tijd openlijk verklaarde, dat de socialistische Kamerleden wèl de belofte op de Grondwet hadden gedaan, maar dat zij, daartoe genoodzaakt, niet aan die belofte gebonden zijn. En wit de vrees voor de straffende liand van den rechter uitwerkt, blijkt uit het toenemend getal misdadigers, dieven en moordenaars, waarvoor de bestaande gevangenissen geen genoegzame plaatsen meer bevatten.

Met het stelsel der Revolutie mogen zij, die liet bestaan van den levenden God belijden, nimmer eenige gemeenschap hebben.

Tegenover het beweren der liberalen, dat op politiek gebied niet is uit te maken wat God van de Overheid wil en dat daarom ook met het bestaan van God geen rekening behoeft te worden gehouden, plaatst dan ook de anti-revolutionair de politieke belijdenis, dat er een God is en dat we met dien levenden God te doen hebben, en grondt dit beweren op de natuurlijke Godskennis, gelijk die op te maken is uit de schepping, uit den mensch en uit het volksorganisme.

Intussclien doet zich hier eene moeielijkheid voor. Niet alleen van roomscli-katholieke maar ook van geloovig protestantsche zijde wordt de stelling volgehouden, dat de Staat niet rust op de natuurlijke godskennis, zoodat de Overheid een ander terrein beslaat dan de Kerk, maar dat wel ter dege de Staat geroepen is de eenige ware Kerk — roomscli öf gereformeerd — te steunen en voor te staan en te straffen ieder, die openlijk tegen de leer dier Kerk optreedt. De Overheid is, naar deze redeneering, geroepen het geloof te verbreiden, zich voor eene bepaalde Kerk te

Sluiten