Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder de minnaars van dat Woord stoffelijke en maatschappelijke nadeelen verbonden werden.

Maar dit niet alleen. Feitelijk werd onder de heerschappij van het liberalisme eene levensbeschouwing beschermd en bevorderd, in strijd met die van het belijdend deel der natie. Is het nog wel noodig dit in den breede uiteen te zetten V Maar immers — ieder weet toch wel, dat op de lwogescholen, van het Rijk uitgaande, eene wetenschap wordt voorgestaan die, geheel los van Gods Woord, het historisch christendom principiëel bestrijdt. Bij niemand kan het meer onbekend zijn, dat ditzelfde op de gymnasia en op de hoogere burgerscholen geschiedt. Ieder kan weten, dat de openbare school een instrument is geworden om het Nederlandsclie volk te liberaliseeren. Dat alles is al zoo dikwijls gezegd, bewezen en als aanklacht tegen de onverdraagzaamheid van liet liberalisme ingebracht, dat het waarlijk niet noodig is 0111 bewijzen daarvoor aan te voeren. Nu is daarmede allerminst gezegd, dat de professoren, de leeraren en de onderwijzers met opzet, 0111 ons te grieven, de positief christelijke levensbeschouwing bestrijden en propaganda maken voor de liberalistische; integendeel moet worden erkend, dat velen van hen zooveel mogelijk trachten, ja soms liet onmogelijke doen 0111 „neutraal" te blijven, maar.... een man van karakter en van beginsel kan zijn overtuiging op den duur geen geweld aandoen en zoo spreekt het van zelf, dat op de hoogescholen, op de gymnasia, op de burgerscholen en op de lagere scholen de heerschende richting is: liberaal; en al die inrichtingen worden bekostigd uit de belastingpenningen van heel de natie, zoodat het belijdend deel deinatie belasting moet betalen, óók 0111 het ongeloof te verbreiden en te bevorderen.

Dat nu is in liooge mate stuitend, onbillijk en hard; het tegendeel van „gelijk recht", en dus van hetgeen art. 4 van ons Program voorstaat.

En niet alleen bij het onderwijs komt het stelselmatig ondermijnen van het Christendom uit, maar het kwam ook uit, gelijk wij reeds zagen, bij benoemingen en voorts bij het niet-handhaven van de goede bepalingen in de Zondagswet, bij het maken van wetten, waarin bij voorkeur de beginselen van de partijen, die geen meerderheid in den lande zijn, werden neergelegd.

De Overheid heeft alzoo, dienaresse Gods zijnde in eene christelijke

Sluiten