Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op liet gebied van liet onderwijs. Er mochten alleen openbare scholen zijn; vrijheid van onderwijs werd uitdrukkelijk verboden, op grond dat de Grondwet alleen van openbare scholen sprak. Men herinnert zich dan ook hoeveel moeite het Groen kostte 0111 de eerste christelijke school in Den Haag te kunnen oprichten, natuurlijk geheel uit eigen middelen. De Grondwet van 1815 ging van deze gedachte uit: al wat bestaat is officieel en mag alleen bestaan; nieuwigheden moeten streng geweerd worden.

Geen ..nieuwigheden" op liet terrein van de kerk; geen „nieuwigheden" op het gebied van de school.

Dit conservatisme bleef zijn scepter voeren tot 1848. Dank zij vooral den strijd van Groen van Prinsterer kón in de Grondwet van 3 Nov. '48 de bepaling worden opgenomen, dat het (/even van onderwijs vrij was, behoudens liet toezicht der overheid; terwijl het hierboven aangehaalde art. 191 van de Grondwet van 1815 in de nieuwe Grondwet luidde: „Aan alle kerkgenootschappen in het Rijk wordt gelijke bescherming verleend." De uitdrukking „kerkgenootschap" zou zeker nog wel aanleiding kunnen geven tot het stellen der vraag of aan „kerken" ook gelijke bescherming kan worden verleend, daar de Grondwet niet van kerken sprak; maar toch, de uitdrukking „in het Rijk bestaande" was nu geweerd.

Er was op dit punt derhalve vooruitgang gekomen: de vrijheid van godsdienst, zoo voor wat betreft liet kerkelijke als het schoolleven, was minder een doode letter geworden. En daarbij — dank zij liet kloeke optreden van Thorbecke — was de roMs-vertegenwoordiging geen wassen neus meer, maar kon wel niet het gelieele volk in al zijn rangen en standen, maar dan toch de gezeten burgerij aan de rechtstreeksche verkiezing van de Tweede Kamer deelnemen.

Zoo waren twee anti-revolutionaire beginselen in de Grondwet van 1848 althans een weinig tot hun recht gekomen: godsdienstvrijheid en volks-invloed-, maar het waren slechts de eerste stappen. Immers volkomen vrijheid van godsdienst is er slechts dan, wanneer ook op het terrein van het onderwijs die vrijheid in de Grondwet is neergelegd: en zoolang die vrijheid niet bestaat, zoolang niet gelijke bescherming van Overheidswege aan bijzondere zoowel als aan openbare scholen in de Grondwet verzekerd is, kan veilig gezegd worden dat er nog heel wat aan het desbetreffende artikel (194) der Grondwet van 1848 ontbrak.

Sluiten