Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er is, zoo belijden wij, niet een Staat en daaronder eene verzameling individuen, maar eene Overheid en een Volk. De Overheid heeft te waken voor goede rechts-verhoudingen en voorts alles te doen waartoe de kringen van het volk onmachtig of onwillig zijn. Maar waar liet volk in zijn ontwikkeling tot genoegzame rijpheid komt, daar heeft de Overheid zich terug te trekken op ieder terrein, waar die rijpheid van ontwikkeling blijkt.

Op die wijze kan het komen tot eene ,.deeling tusschen kerkelijke, huiselijke, maatschappelijke (sociale), en plaatselijke belangen aan den eenen en Overheidsrecliten aan den anderen kant, die eindigen moet met de behartiging der belangen van de zelfstandige kringen van de schouders der Overheid af te nemen" (zie Ons Program, bl. 296).

Hier vooral komt het verschil uit tusschen het liberalisme en de anti-revolutionaire partij. Vrijmaking van de Kerk niet slechts, ook vrijmaking van de School en van den Arbeid — staan wij voor. Men klaagt, vooral van conservatief-liberale zijde, over de uitbreiding van de Staats-beinoeiing; maar waarom begint men van die zijde al vast niet om onder de liberalen propaganda te maken voor het beginsel, dat de ouders voor het onderwijs hebben te zorgen, dat de arbeid zelf zijn zaken heeft te regelen ? Dan kon de Staats-bemoeiing wellicht worden ingekrompen.

Er is alzoo tweeërlei souvereiniteit in een Staat: het maatschappelijk leven met zijn souvereiniteit in eigen kring èn de Regeering met haar staatkundige souvereiniteit. Beide bestaan bij de gratie Gods. De souvereiniteit van het huisgezin volstrekt niet minder dan die van de Overheid.

Doch daarmede is allerminst gezegd, dat de Koningin een anderen Souverein in het volk boven zich heeft of wel haar souverein gezag met eenige andere macht in het volk heeft te deelen.

De levenskringen hebben geen staatkundige macht; ze hebben slechts macht in eigen kring. Evenmin als de Kerk aan den Arbeid of aan de Wetenschap wetten heeft te stellen, evenzoo min heeft één dezer levenskringen eenig recht van inmenging in al die zaken, die de Overheid krachtens haar roeping heeft te regelen.

Werd zóó de verhouding van menschen en menschen ingezien — hoeveel beter zou liet niet gaan en hoe oneindig zuiniger zou het huishouden van den Staat niet kunnen worden ingericht!

Sluiten