Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel XVI.

I)e Anti revolutionaire of Christelijkhistorisclie richting: wenscht, dat bij het financieel beheer van den Staat de verhouding tusschen overheid en burgers niet die van verdrag, maar een zedelijk-organische zij, en dat het evenwicht tusschen ontvangsten en uitgaven geregeld worde, niet door drukkende vermeerdering van de lasten der natie, noch door bezuiniging op het noodige, maar door beperking van staatsbemoeiing; en dat voorts ons belastingstelsel hervoimd worde in dien zin, dat de ontwikkeling van het volksleven minder schade lijde, de hooge opbrengst der middelen niet de eenige maatstaf, de druk minder ongelijkmatig zij, en de kosten van inning afnemen.

Belastingen.

„Daarom betaalt ge aan de Overheid ook schatting; want zij is Gods dienaresse, in ditzelve geduriglijk bezig zijnde. Zoo geeft dan een iegelijk wat gij schuldig zijt; schatting, dien gij schatting; tol, dien gij tol; vreeze, dien gij vreeze; en eere, dien gij eere schuldig zijt."

In dit woord van den Apostel Paulus (Rom. 13, vs. 6 en 7) ligt voor ons, anti-revolutionairen, het zekerst recht, de stelligste autoriteit en de hoogste wijding voor 's Rijks geldelijk beheer uitgedrukt. Evenals in het woord van Christus zelf: „geef den Keizer wat des Keizers is" de rechtsgrond ligt voor het heffen van belastingen door de Overheid. Alle andere grondslagen, waarop het recht van de Overheid zou rusten om geldelijk beheer te voeren, vallen daarbij weg.

In de eerste plaats wordt daarom het stelsel van contract verworpen. A olgens dit stelsel der Revolutie bestaat er eene stilzwijgende overeen-

Sluiten