Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(art. 28). De Koningin-Regentes heeft alzoo gedurende haar regentschap een inkomen gehad van f 150,000 + f 175.000 of /' 325.000.

Uit een en ander blijkt, dat de Koningin minder inkomsten heeft dan Lodewijk Napoleon, minder ouk dan haar grootvader en overgrootvader — en dat, ondanks de bevolking en dus ook de rijksuitgaven en -inkomsten zeer zijn toegenomen. Koning Willem ii genoot nog bijna 2 percent van de Staats-inkomsten, Koningin Wilhelmina slechts een half percent.

Thans nog een enkel woord over de leden der beide Kamers van de StateN-Generaal. We zullen ons nu niet ophouden bij de vraag of het niet gewenscht is aan de leden der Tweede Kamer, evenals aan de leden van de Eerste Kamer, van de Staten en van de Gemeenteraden, geen schadevergoeding te geven. Maar dit is zeker, dat de volks-vertegenwoordigers vroeger meer ontvingen dan nu, terwijl toen hun arbeid niet half zoo omvangrijk was als thans.

De leden van het „Vertegenwoordigend Lichaam", door de Staatsregeling van 1798 in het leven geroepen, genoten gelijk we reeds vermeldden, vier duizend gulden jaarlijks onder korting van tien gulden voor eiken dag, dien zij zonder verlof van den Voorzitter der Kamer, waartoe zij behoorden, afwezig waren. Het vertegenwoordigend Lichaam van de Staatsregeling van 1798 bestond uit eene Eerste en Tweede Kamer, zoodat ook de leden der Eerste Kamer vier duizend gulden ontvingen; en dat in een tijd toen de financiën zoo reddeloos schenen en men den mond vol had van de rechten des volks!... Hij de Staatsregeling van 1801 bleef deze bepaling gehandhaafd; doch bij de Staatsregeling van 1805 werd het bedrag verminderd tot op drie duizend gulden. Intusschen had de Raadpensionaris Schimmelpenninck een inkomen, dat vrij groot was. Onder het koningschap van Lodewijk Napoleon was de ..schadevergoeding-' der Kamerleden eveneens drie duizend gulden.

Na de verlossing uit de Fransche heerschappij werd, bij de Grondwet van 1814 en die van 1815, de schadevergoeding van de leden der Tweede Kamer op f 2500 bepaald; en die van de Eerste Kamer op f 3000. De Grondwet van 1848 bracht daarin eene groote verandering. Vooreerst werd de ,.schadeloosstelling" voor de leden deiTweede Kamer van f 2500 gebracht op f 2000; terwijl de leden

Sluiten