Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en daarin moet, volgens Groen, de oorzaak gezocht worden van de schrikkelijke opdrijving van uitgaven voor leger en vloot, van het militairisme, waaronder de volkeren gebukt gaan. In de middelen niet keurig, — „de stelregel, dien men aan de Jezuïten toeschrijft, is ook die der Jacobijnen (de revolutiemannen en hun geesteszonen) geweest') —, hebben Frankrijk, Italië, Engeland en Rusland, nft, het „geniale voorbeeld" van Bismarck, gepoogd om door annexatie hun grondgebied uit te breiden. Pruisen was er onder Bismarck mede begonnen, Frankrijk volgde door de inlijving van Savoye, Italië onder Cavour door annexeering o. a. van den Kerkelijken Staat, Rusland door vermeestering van grondgebied in Azië, Engeland door uitbreiding van koloniaal bezit en door den schandelijken oorlog met Transvaal en Oranje-Vrijstaat.

Deze Cavour-Bismarckiaansche politiek, revolutionair en Napoleontisch, begint zicli nu te wreken. Alle mogendheden moesten, onder de heerschappij van die revolutionaire diplomatie, tot de tanden gewapend zijn; ondragelijk werden de militaire lasten. Dit blijkt uit deze cijfers. In 1864 bedroegen de militaire uitgaven voor Frankrijk 240 millioen, in 1894 (dus 30 jaren later) 440 millioen; voor Duitschland in 1864 230 millioen, thans 470 millioen; voor Rusland in 1864 300 millioen, thans 480 millioen. Steeds zijn onder de heerschappij der revolutionaire buitenlandsche diplomatie de militaire uitgaven grooter geworden; en liet fraaiste is, dat alle diplomaten uit de Napoleontische school steeds den mond vol hadden en nóg hebben van vrede. Vrede . . . vrede — niemand wil oorlog, d. w. z. liefst wil men annexeeren zonder de verwoestingen van den oorlog; vrede alzoo met bestendiging van de annexatie-politiek. Bismarck richtte bonden op voor den vrede, nadat hij evenwel zijn doel had bereikt. Doch daarop heette het, dat de groote legers noodig waren voor het behoud van den vrede. Maar intusschen zocht en zoekt nog iedere groote mogendheid koloniaal bezit te verkrijgen of te vermeerderen, zoodat nog altijd de Cavour-Bismarckiaansche politiek heerscliende is. Zonderling blijft daarbij afsteken de oproeping van den Czaar van Rusland in 1899 tot de Mogendheden voor eene „Vredes-conferentie" te 's Gravenhage; zonderling ook, dat alle Mogendheden gehoor

1) T. a p 115.

Sluiten