Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aktikel XIX.

I)e Anti-revolutionaire of Christelijkhistorische richting: erkent de noodzakelijkheid om ook door middel van onze wetgeving1, heter dan thans, er toe mede te werken, dat de verhouding tusschen de verschillende maat schappelijke standen zooveel doeulijk beantwoorde aan de eischen van Gods Woord.

De Sociale Kwestie.

Wordt aan conservatieve menschen de vraag voorgelegd, of we in maatschappelijken, in socialen zin vooruit gaan, dan aarzelen zij niet haar toestemmend te beantwoorden. Althans, wanneer gedoeld wordt op den stoffelijken toestand van de minder bevoorrechte klassen der maatschappij, op het leven van de arbeiders in vergelijking met vroeger.

Met groote ingenomenheid wordt dan ook van die zijde gewezen op hetgeen de Amerikaan Benjamin Kidd indertijd over die vraag schreef. Deze stelde het voor, dat niemand, die de geschiedenis nauwkeurig bestudeert, het kan ontkennen, hoezeer in den loop van de vorige, de negentiende, eeuw de toestand van de groote massa der bevolking in Engeland en Frankrijk is verbeterd. In Engeland is het aantal armen sinds 1855 voortdurend afgenomen. De loonen van bijna alle klassen zijn zeer gestegen, de koopkracht is grooter geworden. Het bedrag van de inleggelden in spaarbanken enz. neemt steeds toe. De werkmanswoningen werden en worden nog beter en stegen steeds in waarde. De abeidsduur is korter, het toezicht op de veiligheid en de gezondheid van de arbeiders veel strenger geworden.

Frankrijk geeft, volgens dien schrijver, dezelfde reden tot tevredenheid — altijd wanneer de tegenwoordige toestand van de groote

Sluiten