Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Staat. Nu althans op de openbare school geen ofticieele godsdienst; zoodat van Staatswege öf deisme óf het volslagen ongeloof van moderne philosophie of theologie, aan de volksopvoeding ten grondslag wordt gelegd '). Hij had er niets tegen, dat het modernisme in het vervolg op eene zoogenaamde theologische faculteit zou worden geleerd: maar „niet van Staatswege, niet op Staatskosten ; dftt zij het werk eener particuliere vereeniging; het geld der ingezetenen mag niet aan de uitbreiding van eene leer, aan alle bestaande gezindheden vijandig, worden besteed" (Redevoering Tweede Kamer 24 Nov. 18t>3).

Onverwijlde afschaffing van de Theologische faculteit begeerde Groen in 1863; ze is nog niet afgeschaft. Nog altijd wordt die faculteit aan de Staats-Universiteiten op kosten van de schatkist bestendigd.

Geen scheiding van Kerk en Staat in den zin als Thorbeeke begeerde en velen nog wenschen." Groen heeft de scheiding, zooals hij die opvatte, aangegeven in zijn Kamerrede van 17 December 1849:

Geen heerschende kerk, geen miskenning der rechten van den Maat. Ik voeg er bij, dat de rechten der gezindheden, haar kaïakter van corporatiën juris pubhei, met nauwgezetheid moeten worden geëerbiedigd. De Staat is geen absoluut wezen, afgescheiden van de natie; geen alvermogend wezen, dat volstaan kan met aan de Kerk te geven datgene waarop zij. als corporatie juris privata, recht heeft. De hier te lande bestaande Christelijke kerkgenootschappen, en ook het Israëlietische kerkgenootschap, hebben een grondwettig niet alleen, maar een openlaar en historisch aanzijn. A\ at moet dus, nu alle gezindheden gelijk recht hebben, de Staat tegenover de Kerk doen ? Waken voor eigen recht en ook voor de rechten der gezindheden onderling; zorgen dat, terwijl openlijke discussie geen belemmering ondergaat, eene Gezindheid zich niet aanmatige eene andere Gezindheid te verdrukken. I)e Staat zou belmoren te waken tegen de Roomschgezinden, indien de verwijten somwijlen tegen hen ingebracht gegrond zyn, en vooral ook tegen mij en mijne vrienden, indien wij art. 3ti der Hervormde geloofsbelijdenis niet met geestelijke, maar met andere wapenen wilden ten uitvoer brengen.

"Er zijn, omtrent de betrekking der Gezindheden op den Staat, denkbeelden gangbaar van gevaarlijke strekking. Men zegt: de

1) Vrijheid van Chr. Nat. onderwijs in verband met scheiding van Kerk en Staat, blz. 6.

Sluiten