Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grootste; Jona s verlossing uit het ingewand van den visch werd er klein en niet noemenswaardig bij. Er kon geen duidelijker teeken. noch afdoender bewijs gegeven worden; 'twas ook onnoodig en onbillijk iets meer te doen. Want het voorbeeld der Ninevieten bewees, dat een veel minder teeken, dat van Jona, toereikend was geweest om het heidensch Ninevé tot bekeering te brengen. Indien de opwekking van Christus zijn volk niet aan zijne voeten brengt, om den Messias in Hem te eeren, zoo kan dit niet aan het ontoereikende van het gegeven bewijs, maar uitsluitend aan Israëls onwil toegeschreven worden. Aan den opzettelijken onwil nu verspilt God zijne wonderen niet; eer geeft Hij den onwillige aan het verderf over. Zelf oordeelt Hij hem niet; dat laat Hij over aan de Ninevieten. Want „de mannen van Ninevé zullen opstaan in het oordeel met dit geslacht en zullen hetzelve oordeelen; want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona j en ziet, meei dan

Jona is hier." x)

Gode zij echter dank, dat er eene tallooze schare is, wie de opstanding van Christus bewogen heeft tot het geloof, gelijk Jona's redding de Ninevieten tot de bekeering. Dit in de historie weergaloos feit, heeft zijn vruchten voor het Godsrijk gedragen; het draagt ze nog eiken dag. Ieder onzer vrage zich af. of hij zich aan Hem, die meer dan Jona is, heeft onderworpen. Uie van Ninevé gehoorzaamden een profeet die hen niet liefhad, die hun geen evangelie bracht, en eer afstootte dan aantrok; zullen wij dan Hem verwerpen, die, niet als een vreemdeling in het gewaad der boete, en met donderende woorden, maar zacht als een lam, als onze eigen broeder, ons tot zich, en in zich tot den hemel

zeiven lokken komt?

Toch zullen zij Hem verwerpen. Als Hij straks wederkomt zal Hij weinig geloof vinden op aarde. Maar dan

Luk. 11 : 32.

Sluiten