Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CHRISTUS' WEDERKOMST.

Lukas 17.

De Farizeën vroegen Jezus naar den tijd der oprichting van het messiaansche rijk. Die vraag betrof een onderwerp, waarmede zij zich destijds, meer dan met eenig ander, bezig hielden. Trouwens verwachtten zij eenparig, met hartstochtelijk ongeduld, de herstelling der aloude theocratie, en begeerden haar tot eiken prijs; te dezen opzichte tegenvoeters der Sadduceën, deze verwereldlijkte aristocraten van hunnen tijd, die het heilige in hunnen dienst, en het oog op de eischen van den dag hadden, uit eigenbelang in het staatkundige behoudend. Hunne opvatting van het messiasrijk was echter onhoudbaar; met het oog op de les der historie, dat het ware nimmer de menigte ontgloeit, maakt zij zich voor den nadenkende reeds uit den bijval der schare verdacht. In plaats van op innerlijke heiligheid dachten zij zich de theocratie op wettische onberispelijkheid gegrondvest; daarbij eischten zij haar in zinnelijken luister en wereldsch machtbetoon. Hun Christus moest farizeCr zijn; 't was de eerste voorwaarde zijner erkenning hunnerzijds. Bereid om voor den valschen messias te sterven, waren zij rijp om den echten te kruisigen. Wat Jezus betreft, zoo waren zij al te zeer overtuigd, dat hunne inzichten

Sluiten