Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

delen voorgesteld wordt. Het pond, dat hun geleend is, doet ons denken aan de vermogens, die de Schepper geeft en de Geest heiligt, om zich eigen te maken wat voor de zielen even onmisbaar is als de meeste dingen, waarin de menschen handel drijven, voor de lichamen. Gelijk niemand handelen kan, of hij moet een kapitaal hebben, om in te koopen wat hij verkoopen wil, zoo behoort hij, die in het rijk van Christus anderen bezorgen wil, wat zij voor het leven hunner zielen behoeven, zelf een geestelijken zin te bezitten, die hem het goddelijke kennen en waardeeren doet. Dezen zin geeft de Heilige Geest aan Christus dienstknechten ; gelijk het echter niet genoeg is dat men kapitaal bezit, maar men dat bezigen moet, om de waren in te koopen, zoo behoort men het vermogen, om zich het goddelijke eigen te maken, ook werkelijk te gebruiken. Men moet het woord van Christus in zich opnemen, zoodat men er zelf geheel mede doorvoed wordt. Alsdan vergadert men in zijn hart een schat van licht en kracht, waaruit men dan voortbrengen kan, al wat men noodig heeft, om den naaste geestelijk te verrijken ten eeuwigen leven. Want gelijk een handelaar datgene, wat hij met zijn geld inkoopt, niet voor zichzelven behoudt, maar zoo spoedig mogelijk weder in andere handen brengt, zoo verzamelt ook de christen zijne schatten om ze anderen mede te deelen. Hij is geen geestelijke gierigaard ; zoekt hij kennis, 't is om anderen te verlichten; begeert hij vertroosting, 't is om anderen te verkwikken; zoekt hij kracht, 't is om anderen te steunen. Zoo iets ten minste laat zich wachten bij hen, die als dienaren van het rijk des Heeren, straks deel zullen hebben aan zijne heerschappij; hun leven is een toonbeeld der onbaatzuchtige liefde. Nooit hebben zij, gelijk van de pasgeborene kinderkens in 't rijk der genade, zoowel als in 't rijk der natuur gezegd moet worden, met hunne begeerte uitsluitend hun eigen welzijn op het oog. Veeleer vergeten zij zichzelven, of liever, ge-

hoven zij dat het belang van hun naaste hun belang is,

14

A.

Sluiten