Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het pond terug, dat hem gegeven was; wat zal hij beter doen? Aan de moeite, die het hem kost om zijn zweetdoek te ontknoopen, kunt gij zien hoe zorgvuldig hij het verborgen heeft. Deze man, aan den voet van Sinaï geboren, is de vrees zelf. Hij hoort het gedurig donderen en ziet telkens bliksemstralen. Vrees voor dieven bewoog hem om zijn talent in een zweetdoek te verbergen. Maar dat was nog het ergste niet. Dat men voor booze mensclien, die stelen en rooven, bang is, laat zich verklaren. Maar deze man was even beangst voor zijnen heer. Hij stelde hem dus op ééne lijn met kwaden. Voor een goede nu bevreesd te zijn is slecht. Hij hield zijn heer voor een hard en onbillijk mensch, die maaide, waar hij niet gezaaid had. En daarom begreep hij dat niets gevaarlijker was, dan door handel te drijven met het geleende pond, er het geld van den heer aan te wagen. Het mocht eens verloren worden; in den handel gebeurt dat zoo licht, 't Is gevaarlijk gaven te bezitten. Wat zal de ellendige, machtelooze zondaar er mede doen ? Werken is zondigen; want in eeuwigheid komt er niets goeds uit ons bedorven hart. Wie ben ik, Heere, om te werken met uw pond! Ik zou er allicht mijzelven op verheffen; en mijn eigen zieleheil is mij toch het naast. Ook zou ik allicht anderen iets geven dat hun schadelijk was. Zoo redeneert deze dienstknecht; en hij meent veel verstandiger te zijn, dan de andere knechten, en ziet vrij wat uit de hoogte op hen neer. Nu en dan schudt hij het hoofd eens over hen, zonder ze echter te veroordeelen; want ook dat ware gewaagd. Zelf meent hij niet beter te kunnen handelen, dan door zijn pond ongeschonden te bewaren, ten einde het zijn heer bij diens wederkomst zoo terug te kunnen geven, dat er geene aanmerking op gemaakt worden kan. Hij zal wel zorgen dat het licht, dat in hem is, geen duisternis worde, en dat de kracht, die in hem woont, niet in wereldlust onderga. Zooals Christus hem gemaakt heeft zal hij zich

Sluiten