Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haasten zeide ik : bij de menschen is geen liefde meer; maar ik heb u ontmoet en ben schaamrood geworden. Om uwentwil is Gods naam door mij verheerlijkt in mijne dankzegging. Mijne lippen waren verstomd; maar uwe barmhartigheid heeft ze losgemaakt. Zij heeft den psalm des lofs en het reukwerk der voorbidding er op gebracht. Uwe liefde tot mij heeft de kwijnende vonk mijner liefde tot den mensch tot eene heldere vlam aangeblazen, die tot na mijnen dood hare kracht behield. In de zoetheid uwer vertroosting heb ik de goddelijke liefde gesmaakt. Door u ben ik verblijd geworden in God. Uwe barmhartigheid heeft barmhartigheid gewekt; zij heeft uwe broederen in ijver ontstoken. Niet slechts zijn de engelen over u vroolijk geweest, maar uw eigen Schepper heeft zich over u verblijd. Niemand is droevig over u geweest dan de satan." Zoo ongeveer luiden de gesprekken in de hemelsche tenten; over andere dingen, die hier alle tongen in beweging brengen, en eeuwen nadat zij voorgevallen zijn, nog aan onze kinderen verhaald worden, spreekt men er echter niet één woord.

Wat wordt echter van ons, indien ons geld, in plaats van eene macht in de hand onzer liefde, de dienares wordt van ons vleesch ? De gelijkenis van den rijken man kan het ons zeggen; wie dan ooren heeft om te hooren geve er acht op.

Sluiten