Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn oog naar boven ; en wie ziet hij ? Abraham en Lazarus ; en beiden aan een feestmaal aangelegen! De opvatting van den hades, als gezamenlijke verblijfplaats der Israëlieten maakt deze voorstelling mogelijk. Echter ziet hij beiden van verre; ook daaruit, zoowel als uit de hevigheid zijner foltering, verklaart het zich dat hij zoo luide roept.

Door het zien van den feestelijken maaltijd, die op eenigen afstand van hem aangericht is, is zijn dorst in hevigheid verdubbeld. Lafenis, lafenis ! „Vader Abraham", zoo roept hij ; men ziet, dat hij nog even als tijdens zijn leven, zijne hoop op verlossing naar farizeeuwschen trant op zijne afstamming van Abraham bouwt. „Vader Abraham ! ik ben geen heiden, geen tollenaar, maar uw kind, uw bloed, uw erfgenaam, ontlerm u mijner! Het eerste wat ik noodig heb is een weinig water, ik vraag geen wijn, vader, en ook niet veel water, maar slechts enkele droppels"; 't is als herinnert hem zijn geweten dat hij zelf aan Lazarus niet eens de kruimkens zijner tafel gaf! Wat hij begeert weet hij zelf niet ; eigenlijk verlangen de dooden, die onzalig zijn, zelfs wanneer zij om eenige hemelsche vertroosting roepen, het aardsche genot, in hoe geringe mate ook, voor zich terug. Hunne ziel is zoo vleeschelijk geworden, dat niets dan het zinnelijke haar lafenis geven kan, in smarten, die door de aaniaking met het goddelijke eer verdubbelen zouden. Maar wie zal hem lafenis brengen? Wel wie ter wereld anders dan Lazarus ? Blind voor diens zedelijke grootheid ziet hij, even als vroeger, niets dan den knecht in hem. De arme is er voor den rijke; Lazarus is er om diensten te doen. Hetzij hij in het paradijs of op aarde is, altijd blijft hij ondergeschikt, onder de verplichting om anderen te dienen.

Dat onze Lazarus om zijnentwil van de eereplaats opstaan, het feestmaal verlaten, en zich naar de donkere diepte, waaruit de noodkreet oprijst, begeven moet, om het werk van een slaaf te doen, bedenkt de rijke niet eens ; daar is Lazarus immers Lazarus voor? Altijd waant hij nog op

Sluiten