Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der gelijkenis. ') Deze laatste is thans eigenlijk ten einde; en Hij had daarom kunnen overgaan tot het geven van eenige rechtstreeksche vermaningen in verband tot haar. In plaats hiervan zet Hij de gelijkenis zelve voort, zóó, dat haar aanhangsel de toepassing wordt. 2) In dit aanhangsel laat Jezus zeer aanschouwelijk zien, wat er van zijne thans nog levende toehoorders wordt, als zij zich niet bekeeren. Niet het geld, maar de verachting van de zoo geprezene, zoo vergoodde wet en profeten, stelt Hij voor, als de aanleiding der verwerping. Laat u door Mozes en de profeten tot bekeering leiden; zoo niet, dan is het lot van den rijken man, o farizeër, het uwe. Ziedaar Jezus' laatste woord.

Men volge slechts de gelijkenis tot haar einde. De rijke man berust, wat zijn persoon betreft, in het onherroepelijk vonnis. Maar hij heeft nog vijf broeders op aarde achtergelaten. Wie stellen zij voor? De rijken der aarde zonder meer ? Of de Christus verwerpende Joden ? Neen, houden wij in het oog dat Jezus deze gelijkenis bepaaldelijk tot de farizeën sprak, die geldgierig waren, en hem beschimpten,3) en alles lost zich van zelf op. De vijf broeders zijn Joden, die even rijk en lioovaardig leven als de rijke man, en zich intusschen met vader Abraham troosten, door de genietingen verhard en jegens den ellendige gevoelloos ; 't zijn de farizeën, wier vertegenwoordiger de rijke is. De laatste noemt hen broeders; daarmede heeft hij het oog op de gelijkheid van leven en van denkwijze, die gelijk het bloed de leden van hetzelfde gezin, hen aan zijne farizeeuwsche partijgenooten verbindt. En wat begeert hij nu? Ach! al weder moet Lazarus de knecht zijn, die hen namens vader Abraham zal waarschuwen. Of Lazarus er door blootgesteld wordt aan de gevaren van den tocht en aan den spot der levenden, bedenkt hij niet; hij waagt er hem eenvoudig

1) Godet. 2) Even als in de gelijkenis van den verloren zoon, v8. 25—32. 3) Vs. 14.

Sluiten