Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leven hijgt en bloeit slechts in zijn vaderland, het paradijs, en daarom verlangen zij om naar hun geboorteland terug te keeren, en van dit vleesch ontbonden, met Christus te zijn. Hun graf is baarmoeder des levens, werkplaats van den Geest geworden. Christenen zijn altijd bezig met op te staan uit de dooden.

Meer dan blind moet men zijn, als men niet inziet, d.at allen, die dezen Zoon ongehoorzaam zijn, door zich aan Hem te onttrekken en zich aan hun vleesch te geven, het leven niet zien zullen in eeuwigheid, maar veeleer den eeuwigen dood moeten ingaan. Niemand heeft ooit den bodem gezien van den afgrond, waarin zoo een nederdalen zal. Hij zal eindeloos met sterven bezig zijn; maar niemand zal hem ooit een droppel zweets van zijn voorhoofd wisschen. Van zichzelven zal hij walgen ; maar niemand zal ooit, door één blik vol liefde, hem met zichzelf verzoenen en van zichzelf verlossen. Hij heeft zichzelven gewild; welnu, hij blijft eeuwig met zichzelven over. Zijn natuurlijk egoïsme is reeds hier op aarde, in gelijken tred met de afneming van zijn zinnelijk leven, in geestelijk egoïsme veranderd; daar zal het echt demonisch zijn. Welk een afzichtelijk schouwspel! God beware ons allen, onder de vleugelen van Christus, voor zulk een afgrijselijk lot.

Daarom moet men er over schreien dat het evangelie, ofschoon er op berekend om een arm zondaar blijmoedig te doen sterven, geloochend, verzwegen, of slechts ten halve verkondigd, en door allerlei wettische bijvoegselen onkenbaar gemaakt wordt, zelfs door hen, die zich dienaren van het goddelijk Woord heeten ! Dat is voorzeker de grootste jammer in de christenheid, erger dan alle oorlogen en pesten te zamen, en den duivel tot groote en onuitsprekelijke vreugde. Daarom durft ook bijna niemand over den dood spreken, en vlucht alles zoo ver mogelijk van hem weg, ofschoon wij allen te zamen bijeengeroepen worden naar den hof van Jozef, om daar te zien hoe de dood in onze

Sluiten