Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oordeel met bewijzen te staven. Temeer, omdat bij het ontwerpen van een wet op de beperking van den arbeidsduur, het oordeel van de inspecteurs van den arbeid daarop van zeer grooten invloed zal zijn.

„De feitelijke opbrengst der spinnerij-machines ligt te dicht bij de theoretisch berekende opbrengst, waardoor is te verwachten, dat bij een plotselingen overgang van den 11-urigen tot den io-urigen werkdag, de produktie zal verminderen."

Wij zouden willen vragen: heeft de betrokken inspecteur van den arbeid geen oogenblik gedacht aan andere faktoren, die van invloed zijn op de hoeveelheid-produkt, welke in de spinnerijen kan worden voortgebracht ?

Het is toch een niet te loochenen feit, dat de technische ontwikkeling van de spinnerijen zelf van grooten invloed is op de hoeveelheid produkt, die kan worden geproduceerd;

dat de ontwikkeling der spinnerij-arbeiders(sters) een faktor is, die in rekening moet worden gebracht.

Het is toch overbekend, dat een arbeider die goed onderlegd is, veel meer produceert, dan een die op een lageren trap van ontwikkeling staat. Waar nu, door het verkorten van den arbeidsduur, de ontwikkeling der arbeiders in de hand wordt gewerkt, wordt bevorderd, daar ligt het voor de hand, dat als gevolg daarvan ook de produktie-voortbrenging zal vermeerderen ; nog kan hier bijgevoegd worden, dat als gevolg van de inkrimping van den werkdag, de physieke gesteldheid der arbeiders in het algemeen zeer gunstig beïnvloed wordt en dit weer van zeer grooten invloed is op de hoeveelheid der te bewerken machines. Hiervan geeft Engeland ons een voorbeeld.

Het schijnt ook, dat deze inspekteur nog nooit gehoord heeft, dat de kwaliteit der te verwerken en het wachten op grondstoffen, het voorthelpen der bazen en de technische indeeling in de spinnerijen, of liever gezegd: in heel de textiel-industrie, van zeer grooten invloed is op de hoeveelheid produktie, die kan worden voortgebracht.

Deze inspekteur heeft bovendien uit het oog verloren, dat bij lange werkdagen wel bij „kunstlicht" moet worden gewerkt en bij „kunstlicht" nooit zooveel wordt geproduceerd als anders.

Als wij hierbij nog in aanmerking nemen, dat bij verkorting van den arbeidsduur in fabrieken, de produktie-kosten verminderen, dan gelooven wij, dat het vaststellen van den „wettelijken i o-urendag" geen bezwaar kan opleveren voor de twentsche spinnerijen, zooals de betrokken inspekteur veronderstelt.

En daar op de „Hengelosche Katoenspinnerij", van den heer R. A. de Monchy, thans reeds de io-urige werkdag is ingevoerd, kan het voor de andere spinnerijen geen bezwaar opleveren, als het daarvoor verplichtend wordt gesteld.

Sluiten