Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fabriek worden verricht, maar blijkens de verstrekte inlichtingen geschiedt dit slechts bij uitzondering en is, in algemeenen zin, de wensch tot afschaffing van nacht- en Zondagsarbeid een verlangen tot bestendiging van den bestaanden toestand.

Gevolgen van (len langen arbeidsduur. Ettelijke afdeelin gen noemden als gevolgen van den langen arbeidsduur de ook in andere vakken waargenomen verschijnselen van: oververmoeidheid tengevolge van het lange staan en de inspannende lichaamsbewegingen, vroegtijdige vermindering der arbeidspraestatie en ongeschiktheid tot werken, drankmisbruik, gebrek aan gezinsleven, enz.

Bezwaren tegen den 10-urigen arbeidsdag worden van de zijde der werklieden niet genoemd, terwijl ook de tegenstand der patroons in activiteit veel heeft verloren. Sinds Januari 1906 te Haarlem en Mei 1906 te Groningen is in de tot stand gekomen collectieve arbeidscontracten tusschen de werkliedenvereenigingen en de patroonsvereeniging ter plaatse de 10-urige arbeidsdag als norm aanvaard en daardoor afge daan met vroegere bezwaren, die gewoonlijk beperkt bleven tot de vrees voor concurrentie van elders, het verrichten van kleine karweitjes door de werklieden in hun vrijen tijd, de naijver der landarbeiders ten platten lande, enz. Wel achten een aantal afdeelingen loonsverhooging een onafscheidelijk gevolg van verkorting van den arbeidsduur, doch een algemeen verlangen naar een wettelijk vastgestelden 10-urigen arbeidsdag blijkt ook bij deze categorie van arbeiders te bestaan.

Verbod van kinderarbeid en beperking van den arbeidstijd van jeugdige personen wordt èvenzeei algemeen gewenscht. Arbeid van kinderen beneden 14 jaar komt niet veelvuldig voor en waar hij bestaat, worden de kinderen slechts tot het verrichten van loopwerk gebruikt, waarvoor zij, blijkens de ervaring, best gemist kunnen worden. Wat betreft beperking van den arbeidstijd van jongelieden tusschen 14 en 18 jaar, meenen enkele afdeelingen dat de grens hier voor het timmervak te wijd is gesteld en zouden zij die willen teruggebracht zien tot 16 jaar. Als motief hiervoor noemen zij financieele schade voor de ouders en de mogelijkheid dat men b.v. op 17-jarigen leeftijd reeds vakman kan zijn. Deze bezwaren worden door de meeste afdeelingen echter niet gedeeld. Ten eerste achten zij den elf-urigen arbeidsdag voor jongelieden beneden 16 jaar schadelijk voor de gezondheid en ontwikkeling, en ten tweede wijzen zij op de, ook door patroons erkende, noodzakelijkheid van vakonderwijs, dat door jongelieden, die 11 uren per dag gewerkt hebben, niet met vrucht of in het geheel niet kan worden genoten. Waar b.v. te Amsterdam bij soliede patroons algemeen de gewoonte bestaat jeugdige werklieden gelegenheid te geven tot het volgen van teekencursussen, zal wettelijke beperking van den arbeidstijd van jeugdige personen ook de ontwikkeling van dat vakonderwijs ten goede komen.

Sluiten