Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dr. F. \V. Wüthrich.

Ja, zonder voorbehoud. Mijns inziens is de arbeidstijd zoo lang, dat van mishandeling van menschen moet worden gesproken. Het lange staan, de slechte luchtwisseling, het gehaaste eten, kunnen niet anders dan een zeer nadeeligen invloed op hartsbeweging, ademhaling en voeding uitoefenen.

Dr. L. C. v. d. Meulen, dr. E. M. van Lier, dr. J. R. v. d. Broecke, dr. S. Premsela, dr. Meyers, dr. Cath. van Tussenbroek, dr. Aletta H. Jacobs e.a. beantwoordden bovengenoemde vraag in gelijken geest of kortweg met: ja!

Van werkelijk-industrieele bezwaren kan hier dus geen sprake zijn, doch is elke particuliere poging mislukt door den druk der concurrentie, die door den wetgever kan weerstaan worden.

Kappers en Barbiers.

De Amsterdamsche Kappers- enBarbiersbediendenvereeniging bericht dat in de hoofdstad des Rijks ruim 750 patroons het bedrijf uitoefenen, terwijl ter plaatse ongeveer 500 bedienden en leerlingen werkzaam zijn, zoodat een groot aantal kléine patroons onder dezelfde voorwaarden werken als de bedienden.

Werk- en schafttijd. De arbeidsduur is 13 a 14 uur per dag en wel van 7V2 uur des morgens tot 9 uur des avonds, uitgezonderd des Zaterdags, waarop eenige uren langer gewerkt wordt. Een geregelde schafttijd van 1 a I1/» uur bestaat slechts voor niet-inwonende bedienden.

Overwerk wordt alleen door kappers verricht. Omtrent den juisten omvang kon niets worden medegedeeld. Extra betaling voor overwerk wordt aan de welwillendheid des patroons overgelaten.

Zondagsarbeid wordt door allen op alle Zondagen, gedurende een 5-tal uren, verricht, zonder dat daarvoor extra loon wordt toegekend.

Het gewone loon bedraagt voor mannen boven 18 jaar 7 tot 11 cent per uur. Leerlingen genieten 1 cent per uur en daarboven.

Verbod van kinderarbeid wordt, zonder schade voor het bedrijf, mogelijk geacht. Zoo ook afschaffing van Zondagsarbeid.

De bezwaren tegen de invoering van een 10-urigen arbeidsdag zijn tweeërlei: ie. de thans heerschende ongelijke verdeeling van het werk, door het willekeurig en onregelmatig komen der clientèle; 2e. het intern-stelsel, dat contróle moeilijk, zoo niet onmogelijk maakt. De vereeniging meent dat deze bezwaren te ondervangen zijn ie. door afschaffing van het internstelsel; en 2e. door de werking van een wettelijk aanvangs- en sluitingsuur. — Meerdere bezwaren werden niet genoemd.

Sluiten