Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sukces kon worden verwacht, die hem voor het oogenblik een zekere houding gaven, maar die, wijl hij in do hangende zaken geenprincipiiiele. beslissing had genomen — niet had gezegd: met de agitatie in den oorlog, en ook niet: buiten de agitatie naar den vrede — met elkaar in botsing moesten komen, hem in tegenspraak brengen met zich zelf, en do zaak benadeolen. Het beste bewijs van onze algemeene opvatting zien we in het gedrag van Troelstra in de Kamer na 2 April: toen er niets meer te bemantelen, noch de onderhandelen viel, toen de verleiding der kleine politiek van hem was geweken, toen zijn strijdbaar temperament de opportunistische neigingen overwon, toen het manhaftere deel van het spoorwegvolk zijn brood wegwierp om zijn vrijheid, en de sociaaldemokratische aanvoerder in de Kamer voor het recht streed dat door het geweld werd geschonden

IV.

De Kritiek van de Nieuwe-Tijd Groep.

Door eenige partijgenooten die tot deze „groep" behooren, doch niet door hen alleen, is, hetzij onmiddelijk, hetzij op de Kongres te Enschede (81 Mei en 1 Juni 1903), een kritiek uitgebracht die met het bovenstaande hoofdzakelijk overeenkomt. De wijze waarop Troelstra in zijn brochure die aanmerkingen beantwoordt, maakt hier een beschouwing van dit antwoord noodzakelijk.

Zooals men weet is de houding van Troelstra door eenige leden van het genoemde kongres, is in 't bijzonder het artikel Wat Nu ? afkeurend besproken. Een afgevaardigde die de opdracht had zijn ingenomendheid te betuigen (Amsterdam VIII) voegde er zijn spijt" bij: „dat het nog niet wat eerder geschreven was en'dat het Partijbestuur er niet op voortgebouwd had''

doch met deze woorden wordt juist datgene gezegd wat het schrijven van Wat Nu? op het gegeven moment veroordeelen doet. Troelstra verklaarde dat het Partijbestuur er niet op zou voortbouwen (de S. D. A. P. zou „geen spelbreker'' worden) en hij heeft zelf geen voet bij stuk gehouden om de staking te beletten. — Zeer uitvoerig heeft ook P. L. Tak de zwenkingen nagegaan die de „eerste pagina" van Het Volk te aanschouwen gaf. Hij kwam tot de slotsom:

„Wij hebben in deze moeilijke tijden aan onze krant geen steun gehad."

De afgevaardigde van Amsterdam V legde met deze woorden den vinger op het kwaad:

„Spr. keurde het af dat na die tweede komitee-vergadering (van 16 Maart) het partijbestuur niet vergaderd had en zijn houding vastgesteld. In plaats daarvan greep Troelstra persoonlijk

Sluiten