Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere partygenooten een krachtig optreden tegen de anarchisten (wij bedoelen hiermee ook de anarchistisch geleide vakbonden van dien tijd) te verwachten zou zijn geweest, want dit zou een botsing met de meerderheid der spoorweg- en havenarbeiders hebben beteekend. Wetende dat wij met hen ons hadden verbonden, was het eenige wat wij konden doen een zoo krachtig mogelyke agitatie voeren, om, zoo noodig, de motie—Troelstra van 21 Februari tot een suksesvolle daad te maken. Zoolang het bondgenootschap gehandhaafd bleef, moest ieder ander middel ongeoorloofd heeten en ook onvruchbaar zijn. De fout, indien een fout, was dus het samengaan met de anarchistisch geleide vereenigingen, gedeeltelijk een gevolg van de overschatting van den 31 Januari. Voor deze fout is natuurlijk zedelijk iedereen aansprakelijk die, als vertrouwenspersoon van de partij, het bondgenootschap heeft toegejucht en bevorderd. Dit heeft Troelstra dit hebben alle of bijna alle anderen gedaan. Op een gegeven oogenblik wilde Troelstra het ongedaan maken. Wij hebben doen uitkomen dat wij hem dit niet als een grief aanrekenen. Maar dat hij het deed op een manier die het doel niet kon bereiken, die meer een uitvlucht voor personen dan een terugtocht van de Partij, nog minder van de gezamenlijke beweging kon zijn, was de aanmerking tijdens en na den strijd door sommigen uitgesproken. (1)

Zeer waarschijnlijk zou niemand lust hebben gehad op deze aanmerking terug te komen, indien Troelstra in zijn brochure haar niet had voorgesteld als een grievende mishandeling hem doorzijn vijanden aangedaan.

(1) Troelstra besluit zün hoofdstuk met een poging om Henr. Holst van inkonsekwentie en erger te beschuldigen. Mede namens haar is op het kongres do motie verdedigd die de staking, gegeven de omstandigheden, goedkeurde, maar tevens aandrong op versterking van de beweging voor kiesrecht. — Te Enschede heeft mevr. Holst gezegd dat het P. B. beter had gedaan met tegen de staking te stemmen (2 April). Hoe kan men nu, vraagt Tr. op dezelfde vergadering zeggen dat de staking „het eenige middel" was, en tegelijk afkeuren „dat de Party aan dat eenige middel haar goedkeuring had gehecht"? Troolstra drukt zelf het antwoord af in een aanhaling van hetgeen de spreekster tot toelichting heeft gezegd: „zulk een ontzaggelijk ingrijpende zaak moest door de leiders in besloten vergadering zooveel mogelijk worden tegengehouden. Dringen dan do arbeiders zelf naar voren, dan is het goed." - In een artikel van 29 April schreef mevr. H. dat „terugtrekken een eisch van goede taktiek was geweest" toen de verslapping niet meer te miskennen viel. Troelstra vraagt: hoe kan men begin April de menschen bewegen tot terugtrekken, als men einde Maart zelfs opkomt tegen een poging om hen de noodzakelijkheid daarvan onder zekere voorwaarden voor te houden ?" Wij antwoordden: deze schijnbare tegenstrijdigheid komt voor rekening van Troelstra zelf wiens „poging" in deze richting zich niet voordeed als een ernstig streven naar een betere taktiek, maar als een schadelijk weifelen tusschen twee stelsels van taktiek. Het was tegen deze, houding dat de schrijfster in het Volk opkwam met haar artikel van 24 Maart.

Sluiten