Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

erger dan de kwaal welke zij wil genezen. Inderdaad heeft Tak toen het woord binnen gehouden dat de massa van de lezers voor Troelstra's laatdunkendheid en Troelstra's euvelmoed de oogen had moeten openen : en zoo was hij niet slechts verplicht het latere en nog moedwilliger geschrijf aantenemen, naar zelfs, zij het na „tweede lezing," er zijn instemming meê te betuigen.

De kamerverkiezingen kwamen en gingen voorbij. Troelstra was zoo goed of zoo slecht als zijn woord: de verkiezingsstrijd die de socialistische stemmen van 38- op 65000 zag vermeerderen, is gevoerd zonder een letter van den „politieken leider" in het hoofdorgaan van de Partij: hij kon, hij wilde, hij mocht niet.

Nog, echter, was in Amsterdam een verkiezingsstrijd niet afgeloopen ('), gevoerd in het eigen distrikt van dien leider, zonder dat hij een enkele maal ook daar een hand had uitgestoken, toen de artikelen in het Volk verschenen, de eersten van de talloos velen die van het partijorgaan het orgaan eener partijfraktie hebben gemaakt. De aanwijzing onder het tweede van de reeks, beginnen 13 Juli 1905: „nog lang niet uit" is volkomen juist geweest. De kampagne duurt tot op den dag van heden, en zal, komt niet de Partij tot bezinning, haar samenhang verbreken die reeds lang bedreigd wordt ... De personen wien hij in Maart beloofd had geen enkele belangrijke kwestie in de kourant te behandelen zonder hen te raadplegen, waren nu, in Juli, de meest onhandige, beleidlooze, doktrinaire, fanatieke, buiten de praktijk en boven den arbeidersnood staande individuen. Toen Troelstra „tot zijn leedwezen" aan den hoofdredakteur van het partijblad zijn medewerking moest weigeren, heette het — gelijk wij zooeven zagen — dat er „gelukkig" „nog vele andere middelen zijn op een wijze die mij gepast en gewenscht voorkomt, ten bate der Partij werkzaam te zijn." Terwijl iedereen naar zijn medewerking verlangt, en er geen twijfel aan is dat zij behoorlijk beloond zal worden, heette het thans dat hij „voor de helft non-aktief voor de Partij" was, en in burgerlijke kouranten voor geld moest schrijven — enkel omdat hij niet de positie had van hoofdredakteur . . .

Het zakelijke deel van deze artikelen is in Troelstra's brochure herhaald en wordt in ons antwoord elders behandeld. Wij kunnen ons daarom hier bepalen tot het aanwijzen van de onwaarheden die bij deze gelegenheid de stof hebben geleverd voor de felle beschuldigingen.

Onwaar is dat de artikelen van Pannekoek en Van der Goes over de herstemming de bedoeling hadden het parool van de Partijleiding „door een tegen-parool te ontzielen, terwijl de strijd op het heetst is." Deze artikelen zijn n.1. eerst na afloop van den verkiezingsstrijd verschenen. Troelstra verwijt ons „op het hachlijkst oogenblik'' te hebben ingegrepen, een verwijt dat hij met de „handige" wending

(1) NI. om den gemeenteraadszetel van den liberalen bankier en EersteKamerlid Van Nierop, gewonnen door Jos. Loopuit, een geval van zuiveren klassenstrijd, waarbij de socialistische volksvertegenwoordiger van het distrikt zich wegens heesohheid. hoevele malen ook geroepen, liet verontschuldigen. Naast de artikelen en berichten over deze belangrijke aktie verschenen in het Volk de party verscheurende bydragen van Troelatra.

Sluiten