Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Frankrijk heeft er het geheele bestuur der buitenlandsche aangelegenheden, doch de Koning behoudt zijn inwendige autonomie, behalve in den dienst der douanen, der publieke werken en der telegraaf, die onder Fransche controle staan. Frankrijk onderhoudt bovendien politieposten in vier kuststeden; de Franschen en vreemdelingen staan onder Fransche jurisdictie.

Dat een Koloniaal protectoraat meesttijds tot doel heeft latere annexatie, blijkt ook uit het protectoraat dat GrootBritannië in 1895 heeft verworven over Tongo-land, ten Zuiden van de Delagoa-baai. In de nota's toen tusschen de regeering van Groot-Britannië en die van Portugal gewisseld, tot nadere bekrachtiging van hetgeen in het tractaat van 1891 voorkwam omtrent het aannemen van de parallel der samenvloeiing van de Pongolo- en Maputorivieren tot aan de kust, als zuidelijke grens der Portugeesche bezitting, werd namens beide regeeringen verklaard dat zij voortaan die lijn zouden beschouwen als de grens: „between the territories of the two Powers". Het beschermd gebied is dus reeds dadelijk beschouwd als een territoor van Groot-Britannië.

Het is van belang de aandacht te vestigen op eene gevaarlijke leer, welke veld wint, o. a. verkondigd wordt door Prosper Fedozzi J), maar op onvoldoende feitenkennis berust. Hij zegt: „ dans les traités de protectorat, pour éviter les susceptibilités, le mot protectorat n'est jamais usité, ainsi qu'en témoignent notamment le traité de 1884 entre 1'Angleterre et le Transvaal et celui du 17 décembre 1885 entre la France et Madagascar."

Dat in het tractaat van Engeland met de Zuid-Afrikaansche Republiek het woord protectoraat niet voorkomt, is duidelijk. Engeland bezit geen recht van protectoraat, en heeft er zelfs bij al zijn pretenties nooit van gewaagd. Het geeft voor Suzerein over die republiek te zijn. Ook dat woord, dat rechtsbegrip is in het tractaat van 1884 niet gemeld. Vandaar dat de Zuid-Afrikaansche Republiek terecht die Suzereiniteit ontkent.

1) Revue de droit intern. 1896. p. 51*0.

Sluiten