Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

machtigde officieren, die de regels, welke de menschelijkheid 111 een regelmaten oorlog voorschrijft, zullen nakomen'. War men vaderlandslievende opstanden noemt of het ongeregeld te wapen loopen van eene bevolking, om een leger dat een inval doet te bestoken, dit moet steeds worden veroordeeld — zonder onderscheid te maken door wie of tegen wie dat middel wordt gebruikt, — als een hulpmiddel van eene beperkte en twijfelachtige uitwerking, maar van eene stellige wreedheid en als het vreeselijkste toevoegsel aan de rampen van den oorlog."

Merkwaardig dat in diezelfde zitting van 17 Augustus (looiden gemachtigde van Nederland, den heer Van Lans bereide verklaring werd afgelegd: i) „dat hij de waarde van de redenen door den Generaal von Voigt-Hhetz, met zooveel logica en juistheid aangevoerd, niet ontkende, maar dat, indien het stelsel van den gedelegeerde van Duitschland werd bevestigd door de aanneming van de artikelen over de oorlogvoerenden, zooals zij in het voorstel zijn gesteld, dit zou leiden om het verdedigingsvermogen van Nederland te begrenzen of wel om de invoering van den algemeen verplichten militairen dienst noodzakelijk te maken, tegen welke de publieke opinie in Nederland zich nog verklaart,"

Omtrent de eerste voorwaarde van Art. 1 werd op de Brusselsche Conferentie aangenomen, dat door een verantwoordelijk chet of persoon verstaan wordt iemand, die het oorlogsrecht (les lois de la guerre 2) kent.

Omtrent de tweede voorwaarde werd in den oorlog van 187o door von Bismarck een afstand bepaald, waarop het onderscheidingsteeken te herkennen moest zijn. Een geweerschotsafstand werd daarvoor genomen, omstreeks 350 pas, zijnde toenmaals de uiterste grens van trefkans met een juistheidswapen op den enkelen man.

Het onderscheidingsteeken kan, volgens het gevoelen van den Pruisischen Generaal von Voigt-Rhetz, dat door alle leden der Brusselsche Conferentie werd gedeeld, een kruis, een armband enz. zijn, aan het hoofdtooisel of de kleeding vastgehecht. In de Fransche Handleiding staat: een borduursel op de kleeding of een hoofddeksel van bijzonderen vorm.

Met vrijwillige korpsen worden bedoeld vrijwilligers, onverschillig onder welken naam van jagers, scherpschutters, franctireurs enz., in korpsen ingedeeld en naast het leger als vrijscharen of guerilla-benden aan den oorlog deelnemend.

Onder de militiën genoemd in de laatste alinea van Art. 1 zyn begrepen: schutterijen, nationale gardes, landweer, yeomanry of andere gewapende en georganiseerde burgerwachten, alsmede Commando's Burgers. welke bijv. het leger der Zuid-Afrikaansche Kepubliek en dat van den Oranje-Vrijstaat uitmaken.

1) Actes de la Conférence de Bruxelles. p. 143.

2) Actes. p. 143.

Sluiten