Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met het ook op de capitulatie-voorwaarde, de meesten oordeelden echter — en daarmede stemmen Prof. Westlake en Prot. Harburger, die over het geval geschreven hebben overeen — dat men in de capitulatie-voorwaarden niet het oog heeft gehad op vroegere vergrijpen tegen het volkenrecht, maar dat de bedoeling der voorwaarde blijkbaar slechts was dat ook aan vreemdelingen geen kwaad zou geschieden uithoofde zij in 's vijands dienst waren geweest. De woordbreuk van Cameron was dus niet gedekt door de capitulatie-voorwaarde. Nu was de mig welke straf en welk recht toepasselijk was. Het Japansche Strafwetboek kent geen strafbaarheid van vreemdelingen. die woordbreuk hebben gepleegd. Toch eischt een artikel in het Crimineel Wetboek voor de Japansche Marine, dat het strafvonnis duidelijk het nummer van het artikel moet vermelden dat toepasselijk is. Velen wilden nu in de plaats van het nationaal her internationaal recht toegepast hebben, volgens 'twelk woordbreuk van een gevangene als hij later gegrepen wordt zelfs met den dood kan worden gestraft; maar noch het terzijde stellen van eigen rechtspraak en in stede daarvan toepassen van internationaal recht, noch ook het aannemen van theorièn of gevoelens als eene geschreven wet niet kan worden gevonden, is gebruik in Japan.

Cameron was echter geen militair toen hij de beëedigde verklaring te Kobé aflegde.

De doodstraf was in dit geval te gestreng, want bij de woordbreuk had hij geen andere misdaad gedaan. Daarom besloot de Japansche Regeering Cameron gevangen te houden, krachtens zijn recht als oorlogvoerende, tot het eind van den oorlog. Hij werd dus gevangen gezet tot hij den 15den Mei d.a.v. in vrijheid werd gesteld.

(j. Niet-strijders.

Art. 13.

De personen die een leger volgen, zonder daarvan rechtstreeks deel uit te maken, zooals correspondenten en berichtgevers van dagbladen, marketenters, leveranciers, hebben, indien zij in de macht vallen van den vijand en deze het nuttig oordeelt hen aan te houden, het recht om als krijgsgevangenen te worden behandeld, op voorwaarde , dat zij voorzien zijn van een legitimatie-bewijs van de militaire autoriteit van het leger, dat zij vergezelden.

Burger-beambten, die somtijds bij een leger dienst doen, zooals post- of kanselarijbeambten, worden uit den aard der

Sluiten