Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer de tegenpartij van ongeoorloofde middelen gebruikmaakt, staat het oorlogsrecht toe représaille-maatregelen te nemen ').

Het gebruik van représailles wordt later behandeld.

Ook daarbij mag niet te ver worden gegaan. Heeft bijv. de vijand (een wilde) gemarteld tot den dood, dan staat het représaille-recht het dooden, doch niet het martelen toe.

Heffter, het recht van wedervergelding erkennende, voegt er bij, dat het vooral zal treffen, wanneer het de ware schuldigen kan bereiken.

ad c. Gewapenden staan niet individueel als persoonlijke vijanden tegenover elkander, slechts als wederzijdsche dienaren van aan elkander vijandige Staten. Hij, die weerloos is houdt op, althans tijdelijk, den vijand te kunnen dienen en dus tevens vijand te zijn.

Een ongewapende, \veerlooze neerteschieten of neertesteken is een onmenschelijke daad, eene gruwelijke wreedheid, een lafhartige moord.

Men zou denken dat het gestelde verbod in den tegenwoordigen tijd, als van zelf sprekende, geheel overbodig zou worden beschouwd. Toch is dat zoo niet.

Het Engelsche leger heeft in den tegenwoordigen oorlog tegen de Zuid-Afrikaansche Republieken getoond te zijn een half verwilderd leger, zich in het minst niet storend aan de oorlogsgebruiken der beschaafde natiën, waarmede hun soldaten vermoedelijk onbèkend zijn gelaten.

Behalve dat zij de gewonden (o. a. Generaal Koek) naakt uitschudden en van alles beroofden, beroemen Engelsche soldaten zich in hun brieven Transvaalsche burgers, die de wapenen hadden weggeworpen en om genade baden, aan de bajonet te hebben geregen.

Engelsche illustraties hebben het feit vereeuwigd van hunne lanciers, welke na het gevecht van Elandslaagte burger-krijgslieden, die de ledige handen genade smeekend omhoog hieven, nederstaken. Transvaalsche berichten melden dit evenzeer 2).

Bij Elandslaagte geschiedde het neersteken van weerloozen uit laakbare weerwraak van den eerlijken doch voor de Britten noodlottigen strijd in 1881, onder den roep: „Remember Majuba!" Later geschiedde het uit een zucht tot dooden, uit ongerechte wraak, vooral door de Hooglanders, omdat de Boeren in verschillende gevechten, door hun zeker schot, zoovelen der hunnen haddén neergelegd en telkens hen een bloedige neerlaag hadden doen ondergaan. Geen genade dus wanneer zij ze te pakken

1) Bluntschli, § 567. — Heffter, S. 238.

2) Zie o. a. de voor den Consul-Generaal der Z.-Afr. Republiek J o h. Pierson, te Parijs, afgelegde beëedigde verklaring van F. K. Kannemijer, in de X. liott. Ct. van 29 Mei l'JOO.

Sluiten