Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

d. Belastingen en oorlogsschattingen.

Art. 48.

Indien de bezetter in het bezet grondgebied de belastingen, rechten en tollen heft, ten bate van den Staat vastgesteld, zal hij dit, zooveel mogelijk, doen volgens de geldende regelen voor de grondslagen en de verdeeling en zal daaruit voor hem de verplichting voortvloeien om te voorzien in de kosten van het bestuur van het bezette gebied in dezelfde mate, als de wettelijke Regeering daartoe verplicht was.

Art. 49.

Indien, buiten en behalve de belastingen in het vorig artikel bedoeld, de bezetter in het bezette grondgebied andere heffingen in geld doet, zal dit slechts kunnen geschieden ter voorziening in de behoeften van het leger of van het bestuur van dat grondgebied.

Ofschoon de occupator rechtens geen buitengewone oorlogsschattingen (geld-contributies) zou mogen heffen, dan in vervanging van boeten, van niet betaalde belastingen of van niet in nature geleverde requisities, is men nog zoover niet gekomen.

Intusschen is men door de Vredes-Conferentie ook ten aanzien van dit punt toch een stap — zij het ook een kleine — vooruitgekomen. In art. 41 der Brusselsche Conferentie ontbreekt toch de beperking voorkomende aan het slot, welke althans nu verbiedt dat oorlogsschattingen worden aangewend om zich te verrijken.

Het heffen van oorlogsschatting, geldcontributiën, was nog gedurende de Napoleontische oorlogen een onbetwistbaar recht. Alle vroegere schrijvers erkenden het als wettig. Thans niet meer. Bluntschli (§ 654) en Dahn veroordeelen het ten stelligste. De laatste zegt: „ Het heffen van geldcontributiën, onder bedreiging van platschieten of plundering (brandschatting)

Sluiten